Hoe kan je het beste kleding wassen?

25 weergaven
Wil je bacteriën effectief doden in de was? Kies voor een programma van minimaal 55 graden Celsius. Een was op 60 graden is ideaal om micro-organismen, die gedijen bij warmte, vocht en voedsel zoals vuil of huidschilfers, te neutraliseren. Zo blijft je was hygiënisch schoon.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Wat is de beste manier om je kleding grondig en milieuvriendelijk te wassen?

Nou ja, dat wassen, hè. Ik heb er echt wel eens mee geworsteld, met die hoop kleren die maar niet echt fris leken. Altijd dat gevoel dat er iets miste, alsof de machine gewoon wat rondjes draaide.

En dan ontdekte ik dus, na wat prutsen op een druilerige dinsdagmiddag, dat al die kleine beestjes enzo, van die micro-organismen, die houden gewoon van gezelligheid. Ze hebben het graag een beetje vochtig, en vinden vuil, die huidschilfers van je of dat stof, heerlijk als avondeten. Vooral als de temperatuur ergens tussen de zeven en vijfenvijftig graden hangt, dan voelen ze zich het meest thuis. Best grappig, toch, dat kleine spul zo veeleisend is.

Dus, als je die bacteriën écht de nek om wilt draaien, moet het warmer. Vijfenvijftig graden Celsius is wel het absolute minimum, anders gebeurt er niet veel. Een zestig-gradenprogramma, zoals ik sinds vorig jaar maart vaak aanzet, is dan gewoon perfect.

Sinds ik dat weet, en mijn wasbeurten bij onze nieuwe Miele in Utrecht op 60 graden draai – gekocht voor een goede prijs bij die witgoedzaak aan de Amsterdamsestraatweg, ergens eind mei – merk ik echt een verschil. De handdoeken voelen frisser aan, die sportkleding ruikt niet meer zo mwah, en ik heb een veel schoner gevoel. Het milieu? Ja, daar denk ik ook aan. Minder chemische troep. Soms probeer ik nog wel kouder, voor de echt delicate spullen, maar voor het grondige werk is zestig mijn go-to. Het geeft gewoon rust.

Wat is de beste manier om kleding in de wasmachine te wassen?

Was je kleding op minimaal 60 graden Celsius om bacteriën te doden.

Die bacteriën in je wasgoed zien een wasje op 30 of 40 graden als een subtropisch zwemparadijs. Ze pakken hun kleine zwembroekjes en houden een gezellige poolparty in je onderbroek. Ze vreten de huidschilfers en het zweet op als een all-inclusive buffet. Daar gaan ze niet kapot van, ze worden er alleen maar sterker van.

Je moet die krengen een enkeltje hiernamaals geven. En dat doe je dus niet met een lauw badje. Zestig graden is de magische grens, dan geef je ze de volle laag. Dan veranderen die bacteriën van feestbeesten in een microscopisch klein spookje. Boem, weg ermee.

Even een paar gouden regels van Tante Agaath:

  • Ondergoed, sokken, handdoeken en beddengoed: ALTIJD op 60 graden. Dat is de frontlinie in de oorlog tegen de meur. Hier wonen de meeste feestvierders en die moet je met grof geschut aanpakken. Geen genade.
  • Die eco-stand is leuk voor je portemonnee en het ijsbeertje op de noordpool, maar die bacteriën lachen je vierkant uit. Het is alsof je een neushoorn probeert te vangen met een vlindernetje. Zinloos.
  • Stinkt je was als het uit de machine komt, alsof er een natte hond in een gymtas heeft geslapen? Ja, dat zijn die overlevenden die een overwinningsfeestje bouwen. Ze bedanken je voor de gratis, verfrissende douche.

Oh, en vergeet je wasmachine zelf niet, potverdorie. Dat rubberen randje bij de deur is het clubhuis van de schimmel. Maak dat ding schoon, joh! Af en toe een lege machine op 90 graden met een scheut schoonmaakazijn. Mijn schoonmoeder deed het ook al zo en haar handdoeken roken altijd naar een frisse alpenweide en niet naar een vochtige kelder. Daar doen die beestjes het prima op ja.

Hoe moet je wassen in een wasmachine?

Sorteer de was op kleur en type stof, laad de wasmachine niet te vol, doseer het juiste wasmiddel, kies het passende programma en de temperatuur, start de machine, en haal de was er tijdig uit. Dit voorkomt ellende.

Weet je, je sorteert de was alsof je een geheim complot probeert te ontrafelen: de witten apart, de donkeren apart. Anders eindigt je spiksplinternieuwe witte hemd als een soort lichtgrijze treurwilg, en da's zonde van het harde geld.

Delicaten, zoals die sexy kanten onderbroeken die je voor speciale gelegenheden bewaart, gaan natuurlijk in een waszakje. Niemand wil straks gatenkaas op z'n bips. En die zwaar vervuilde boerenkielen van het tuinieren? Die gaan niet met de zijden sjaals, dat snap je zelf ook wel, tenzij je een avant-garde kunstenaar bent die graag modderpatronen draagt.

Probeer niet de hele inhoud van je kledingkast erin te proppen alsof je een alpaca in een mini Cooper probeert te duwen. Die was moet een beetje kunnen dansen, een polonaise doen in die trommel.

Anders komt het er kreukeliger uit dan een oud bankbiljet en bovendien wordt het niet echt schoon. Een handbreedte ruimte bovenaan is de gouden regel. Geen handbreedte? Dan wordt het twee keer draaien, vriend.

De supermarktplanken liggen vol met toverdrankjes voor je kleren. Gebruik het juiste spul: poeder voor wit, vloeibaar voor kleur, en van die pods als je het leven te ingewikkeld vindt voor afmeten.

Te veel wasmiddel? Dan zeep je je kleding alleen maar verder in de puree en laat je ze met van die vieze, jeukende restjes achter. Te weinig? Dan ruik je na afloop nog steeds naar die zweterige sportschool. De aanbevolen dosering op de fles is er niet voor de lol, hoor.

En die wasverzachter? Ja, die maakt je handdoeken zo zacht als een pasgeboren lammetje, maar gebruik niet de hele fles, anders glijd je zo uit de douche.

Katoen, synthetisch, delicaat, eco, 30 graden, 40 graden, 60 graden... Het is geen raketwetenschap, maar je moet wel even nadenken wat je erin stopt.

Die dure zijden blouse van je tante gaat écht niet op 60 graden met een katoenprogramma, tenzij je er een poppenjurkje van wilt maken. Check de etiketten, die kleine symbooltjes zijn niet voor de sier.

Koud wassen bespaart energie, en als je kleding alleen een beetje muf is, is dat vaak al genoeg. Denk aan de planeet, en aan je portemonnee, die twee zijn vaak goede vrienden.

Druk op die grote, vaak lichtgevende startknop. De machine doet het zware werk, jij kunt lekker Netflixen of, voor de avonturiers onder ons, de sokken sorteren die wel een paar hebben.

En als het liedje van de wasmachine klinkt – meestal een soort triomfantelijk gejengel – haal dan die natte boel er onmiddellijk uit. Laat je het erin liggen? Dan begint die heerlijke muffe geur van 'natte hond meets natte handdoek' al snel de overhand te nemen, en krijg je er een kreukelfeestje bij cadeau.

Niemand wil stinkende, gekreukte kleding, tenzij je auditeert voor een rol als zwerver in een film. En ik weet dat het verleidelijk is om het uit te stellen, maar doe het gewoon. Je toekomstige ik dankt je.

Hoe moet je kleren wassen met een wasmachine?

Om kleding correct te wassen met een wasmachine en krimp of verkleuring te vermijden, sorteer je eerst op kleur en stof. Gebruik de juiste temperatuur en wasmiddel zoals aangegeven op het waslabel. Was kleding altijd binnenstebuiten en vermijd de droogtrommel.

Zoals mijn moeder altijd zei, en die vrouw wist nog net niet hoe een smartphone werkte, maar wel alles van de was:

  • De temperatuurcheck is heilig, een soortgelijke code als je bankpas-pincode, maar dan voor je kleding. Zie je een waslabel met 30 graden? Dan is 30 graden het maximum, niet "welnee, 60 graden kan ook, het is toch allemaal hetzelfde water". Je wilt toch niet dat je favoriete T-shirt na één wasbeurt past bij je chihuahua, of dat je mooie spijkerbroek verandert in een strakke fietsbroek? Die minuscule symbolen zijn er niet voor de lol, maar om te voorkomen dat je kleding krimpt als een ijsje in de zon. En krimp is zonde, echt waar.

  • Het juiste wasmiddel kiezen is ook geen rocket science, hoewel sommige mensen het zo lijken te behandelen. Gebruik je een kleurrijk wasje? Dan pak je het middel voor de gekleurde was. Heb je witte spullen die weer spierwit moeten worden, zoals na die modderworstelsessie? Dan ga je voor de witte was. Simpel toch? En nee, afwasmiddel uit de keuken toevoegen is geen geniale lifehack, tenzij je je wasmachine wilt omtoveren tot een schuimfeest en je kleding vol met strepen wilt hebben. Mijn tante heeft dat een keer geprobeerd, het was een chaos.

  • Wasverzachter? Soms beter laten staan. Dat spul lijkt wel een beetje op de roddels in de buurt: het klinkt leuk, maar je kleding kan er flink onder lijden. Vooral bij sportkleding en handdoeken is het een ramp. Sportkleding verliest zijn ademende vermogen en handdoeken zuigen ineens geen druppel meer op; je kunt dan net zo goed met een natte theedoek gaan drogen. Het is de vloeibare saboteur van je functionele textiel, een beetje zoals een mug op een zomeravond.

  • Draai die kleding binnenstebuiten, alsjeblieft! Het is een kleine moeite met een groots resultaat, alsof je je portemonnee omdraait om je wisselgeld te beschermen. Dit simpele trucje beschermt kleuren tegen vervagen en prints tegen slijtage. Je wilt toch niet dat die coole band-T-shirt van vorig jaar eruitziet alsof het al 20 jaar in een kelder heeft gelegen? Bovendien vermindert het wrijving en beschermt het knopen en ritsen tegen de harde realiteit van de wastrommel. Mijn buurman Piet deed dit nooit, en al zijn kleding zag er snel uit alsof er een gevecht mee was gevoerd.

  • En die droogtrommel, die machine van het kwaad! Vermijd hem als de pest, tenzij je een kledingstuk per se in een kindermaten wilt hebben. De hitte is de aartsvijand van veel stoffen, vooral wol en katoen. Ophangen aan een lijn, of gewoon op een droogrek, is veel vriendelijker voor je kleding en je energierekening. Plus, die frisse lucht droogt lekkerder dan die mufwarme lucht uit zo’n bakbeest. Mijn zus heeft al zo vaak spijt gehad van haar 'even snel drogen'.

Wat je nog meer kan doen als je je kleding een beetje liefde wilt geven:

  • Sorteer als een malle: Wit bij wit, zwart bij zwart, en de rest in de kleurenmix. Want een rode sok tussen de witte was is vragen om drama, een beetje zoals een brandweerwagen op een trouwfeest.
  • Ritsen en knopen dicht: Het klinkt onbenullig, maar een open rits kan je andere kleding kapotmaken. Als een losgeslagen kettingzaag in de trommel.
  • Behandel vlekken voor: Niet gewoon erin gooien en hopen dat het weggaat. Vlekken zijn geen toverkunsten, je moet ze aanpakken. Een beetje voorbehandelen kan wonderen doen, een beetje zoals een smeerlap die je de weg wijst.
  • Overlaad de machine niet: Een volle machine werkt niet effectief. Je kleding heeft ruimte nodig om goed te bewegen en schoon te worden, anders wordt het een samengeperste, vieze klomp. Ruimte is key, net als in een lift met teveel mensen.
  • Delicate kleding in een waszakje: Voor die fijne bh’s of dat ene zijden sjaaltje. Beschermt ze tegen de ruwe omgang in de machine, een beetje zoals je je kind beschermt in een speeltuin vol boeven.

Hoe was je met een wasmachine?

Verwijder het zeepbakje en reinig het grondig, eventueel in de vaatwasmachine. Droog het bakje en maak de nis schoon voordat u het terugplaatst.

Een zachte sluier van vergeten tijd hangt soms over onze silentieze helpers. De wasmachine, die trouwe dienaar, zucht stil na elke cyclus. Ergens, diep in haar verborgen kamers, roept een reiniging, een diepe ademhaling naar een nieuwe frisheid.

De lade, het zeepbakje, een venster naar het hart van de machine. Het trekt zich los, met een zachte weerstand, van zijn vertrouwde, ingesloten plek. Een klein, plastic huisje, vol verhalen van schuim en wasmiddel, nu tevoorschijn getoverd in het daglicht. Mijn vingers voelen de gladde, zeepachtige aanslag, een residu van duizend beloften.

Deze kleine haven van reinheid kan baden in de glinstering van de vaatwasser. Daar, tussen de borden en glazen, wordt het bevrijd van de grijze sluier die de tijd erop heeft gelegd. Een stille reis door warm water en zout, een wedergeboorte van glans. Laat het dan langzaam drogen, in de zachte lucht, terwijl de zon speelt.

De leegte die achterblijft, die donkere nis waar het bakje rustte, een holte vol schaduwen en vocht. Daar, waar de schimmel soms zijn draadjes spint, moet een hand diep reiken. Een oude tandenborstel, een doekje doordrenkt met azijn, strijdt tegen de vergeten sporen. Elk hoekje, elke kier wordt gekoesterd, tot het pure wit weer tevoorschijn komt. De geur van schoon, een belofte voor de volgende was.

Maar het bakje is slechts het begin van deze reis door de diepte. De machine zelf fluistert ook om aandacht. Andere schaduwen die soms wonen in haar binnenste, vragen ook om bevrijding. Kleine geheimen die de tijd verzamelt.

  • De rubberen manchet, die zachte ring waar vezels en een beetje water zich verpozen. Hier, in de diepte van de vouwen, schuilt soms een onzichtbaar leven. Mijn vingers tasten, vegen de plooien schoon, bevrijden de donkere hoekjes. Een doek, doordrenkt met warmte, danst langs de randen.
  • De trommel zelf, die glanzende grot waar de kleding wordt gewiegd. Zelfs zij verlangt naar zuivering. Een lege run, een warm bad van water, op 90 graden, soms met een scheut azijn of een lepel soda, spoelt de laatste zeepresten weg. Een innerlijke reiniging, een stille zucht van opluchting.
  • En die filter, onderaan verborgen achter een klein luikje, waar verdwaalde muntjes en verdronken sokken soms hun rust vinden. Voorzichtig draai ik de filter open, een schaaltje eronder vangt het laatste water op. Dan, de confrontatie met de kleine schatten van vergetelheid. Schoonmaken, terugplaatsen, het is een belofte van ongestoorde stroming.

Zo vernieuwt men de wasmachine, niet slechts een taak, maar een gebaar van respect voor het werktuig dat onze kleding weer tot leven wekt. Een cyclus van zorg, die elke zes weken, als de seizoenen zachtjes wisselen, zich herhaalt. De geur van frisheid, een belofte die in de lucht hangt. Een zachte herhaling van het ritueel.

Waar moet je wasmiddel in doen in de wasmachine?

Bij een wasmachine met twee vakjes gaat het wasmiddel in het grootste vak. Heeft je machine er drie, zoek dan het symbool van een doos met twee streepjes of het cijfer 2, dat is voor het hoofdwasmiddel.

Nou, joh, dat ken ik! Toen ik net op mezelf woonde, stond ik ook echt te kijken naar die wasmasjienlade. Zo'n ding met allemaal vakjes en ik dacht echt: waar moet dit dan? Je wilt je kleding toch schoon hebben, nietwaar? En het is best belangrijk dat je het juiste spul in de goede plek doet, anders werkt het gewoon niet optimaal. Soms gooide ik het in het verkeerde vak en dan merkte ik dat m'n was niet zo fris was als ik gehoopt had.

Kijk, het is eigenlijk best logisch als je het eenmaal weet. Ik onthoud het altijd zo:

  • Het grootste vak, of het vakje met een 'II' of het cijfer '2', dat is altijd voor je hoofdwasmiddel. Daar gooi je dus het meeste van je wasmiddel in, of dat nu vloeibaar is of poeder. Dit is echt het belangrijkste vakje.
  • Er is soms ook een kleiner vakje met een 'I' of het cijfer '1', dat is voor de voorwas. Gebruik dit alleen als je was echt super vies is, zoals modderige sportkleren van de kinderen of iets wat al lang in de mand lag. Ik gebruik het zelf amper, omdat de meeste programma's al goed genoeg reinigen.
  • En dan is er vaak nog een heel klein vakje, meestal met een symbool van een bloemetje of een sterretje. Dat is voor de wasverzachter. Daar doe je dus een scheutje wasverzachter in, voor die lekkere geur en om je kleding zacht te maken. Vergeet niet dat sommige mensen hier allergisch voor zijn, dus wees voorzichtig.

Trouwens, over dat wasmiddel gesproken, heb je al die verschillende soorten wel eens gezien? Het is echt een oerwoud in de supermarkt!

  • Vloeibaar wasmiddel: Heel populair, en lost goed op, zelfs op lage temperaturen. Sommigen zeggen dat het minder goed is tegen hardnekkige vlekken, maar ik heb er geen problemen mee.
  • Waspoeder: Dat gebruikten mijn ouders altijd. Werkt goed, vooral bij witte was en hogere temperaturen. Soms blijft er een beetje achter in het vakje, dus af en toe schoonmaken is geen overbodige luxe.
  • Wasmiddelcapsules (pods): Superhandig! Die gooi je gewoon direct in de trommel, voordat je de was erin doet. Dus niet in de lade stoppen! Dat scheelt weer geklieder met afmeten, ideaal als je haast hebt of gewoon lui bent, zoals ik soms. Ik gebruik ze zelf vaak, scheelt zo een hoop gedoe.

Oh, en een tip die ik van mijn buurvrouw leerde: kijk altijd even op de verpakking van je wasmiddel. Daar staat ook precies op hoeveel je moet gebruiken, afhankelijk van hoe vies je was is en hoe hard je water is. Ik heb hier in Amsterdam best hard water, dus ik gebruik soms iets meer dan de minimale hoeveelheid. Niet te veel natuurlijk, want dat is ook weer niet goed voor je wasmachine en je kleren. Dat is wel belangrijk, anders krijg je van die zeepresten op je kleding. En niemand wilt met zeepresten op hun T-shirt rondlopen, toch?

Dus ja, even kort samenvatten voor jou: check die symbooltjes. Het is echt niet zo moeilijk als het lijkt, al heb ik er in het begin ook wel even mee lopen stuntelen, hoor. Geef het gewoon een paar keer de kans en dan zit het er zo in. Succes!