Wat zijn de vijf vereisten voor een onrechtmatige daad?

0 weergaven
De focus rondom wat zijn de vijf vereisten voor een onrechtmatige daad ligt op de bewijslast per artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Schuld ontstaat bij een persoonlijk verwijt of door toerekening via de wet. Fouten door onervarenheid vallen onder het ondernemersrisico. Gedragingen van kinderen jonger dan 14 jaar komen wegens leeftijd niet voor eigen rekening. De aansprakelijkheid verschuift in deze gevallen onder voorwaarden naar de ouders.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Onrechtmatige daad: Artikel 150 bewijslast

Het begrijpen van wat zijn de vijf vereisten voor een onrechtmatige daad helpt bij het beschermen van juridische rechten. Een onjuiste inschatting van schuld en aansprakelijkheid leidt tot onverwachte financiële gevolgen en complexe juridische procedures. Kennis over de wettelijke toerekening en bewijslast voorkomt nadelige uitspraken. Bestudeer de exacte voorwaarden zorgvuldig.

De basis van aansprakelijkheid: Wat houdt artikel 6:162 BW in?

Als iemand zonder contractuele afspraak schade veroorzaakt aan een ander, biedt de wet een vangnet via de onrechtmatige daad. Om met succes schadevergoeding te eisen op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek, moet er aan vijf cumulatieve vereisten worden voldaan: onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, schade, causaal verband en relativiteit. [1]

Of een claim slaagt, hangt volledig af van de specifieke feiten en omstandigheden van de situatie. Het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht hanteert hierin een strikte drempel om te voorkomen dat elk alledaags ongelukje direct tot een rechtszaak leidt. Ik herinner me nog mijn eerste grote dossier als juridisch adviseur, waarbij een cliënt eiste dat zijn buurman de schade aan zijn schutting zou betalen. Het leek een klare zaak, maar tijdens het uitpluizen van de details liep ik direct vast op de bewijslast. Dat was een harde les: gelijk hebben is iets heel anders dan gelijk krijgen voor de rechter.

In de praktijk moeten alle vijf de elementen als een keten in elkaar grijpen. Ontbreekt er slechts één schakel? Dan wijst de rechter de vordering direct af, hoe groot de geleden schade ook is. Laten we deze vijf cruciale criteria daarom stap voor stap ontleden.

Vereiste 1: Onrechtmatigheid (De gedraging zelf)

De eerste horde is het aantonen dat de handeling of het nalaten van de tegenpartij daadwerkelijk onrechtmatig is. De wet onderscheidt drie smaken van onrechtmatigheid: een inbreuk op een recht, een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, of een handelen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

Een inbreuk op een recht is vaak overzichtelijk, zoals het beschadigen van andermans eigendom of het schenden van een intellectueel eigendomsrecht. Een strijd met een wettelijke plicht is eveneens concreet, denk aan het negeren van een verkeersregel. De meest complexe categorie is de maatschappelijke onzorgvuldigheid, ook wel gevaarzetting genoemd. Rechters toetsen dit aan de hand van de bekende Kelderluik-criteria, waarbij gekeken wordt naar de mate van waarschijnlijkheid van de schade, de ernst van de gevolgen en de bezwaarlijkheid van het nemen van voorzorgsmaatregelen. Let wel op: een geldige rechtvaardigingsgrond - zoals noodweer of overmacht - kan de onrechtmatigheid volledig wegnemen.

Vereiste 2: Toerekenbaarheid (Schuld of risico)

Een onrechtmatige daad leidt pas tot aansprakelijkheid als de gedraging ook aan de dader kan worden toegerekend. Dit kan op basis van artikel 6 162 bw vereisten of op grond van schuld, de wet of de in het verkeer geldende opvattingen.

Van schuld is sprake als de dader persoonlijk een verwijt kan worden gemaakt; hij had anders moeten en kunnen handelen. Maar ook zonder directe persoonlijke schuld kan een daad worden toegerekend op grond van de wet of verkeersopvattingen (het ondernemersrisico). Denk aan situaties waarin iemand een fout maakt door onervarenheid; dit komt volgens de maatschappelijke normen voor rekening van de dader. Er gelden wel strikte wettelijke grenzen. Zo stelt de wet dat gedragingen van kinderen jonger dan 14 jaar wegens hun leeftijd niet aan henzelf kunnen worden toegerekend.[2] In die specifieke gevallen verschuift de aansprakelijkheid onder voorwaarden naar de ouders.

Vereiste 3: Schade (Het geleden nadeel)

Zonder schade is er logischerwijs geen verplichting tot schadevergoeding. Het Nederlandse recht maakt een scherp onderscheid tussen vermogensschade en ander nadeel.

Vermogensschade omvat zowel het concreet geleden verlies als de gederfde winst die de benadeelde is misgelopen. Ander nadeel heeft betrekking op immateriële schade, zoals psychisch leed, pijn of gederfde levensvreugde, wat zich vertaalt in smartengeld. Het hoofddoel van de rechter is altijd om de gedupeerde zoveel mogelijk terug te brengen in de financiële situatie waarin hij zou hebben verkeerd als de onrechtmatige daad nooit had plaatsgevonden. Het claimen van fictieve bedragen of punitieve schadevergoedingen kent het Nederlandse stelsel niet.

Vereiste 4: Causaal verband (De logische link)

Er moet een direct en logisch oorzakelijk verband bestaan tussen de gepleegde onrechtmatige daad en de opgelopen schade. De basis hiervoor is de zogeheten condicio sine qua non-toets.

Vrij vertaald betekent dit: de voorwaarde zonder welke het gevolg niet zou zijn ingetreden. De rechter maakt een gevalsvergelijking tussen de werkelijke situatie en de hypothetische situatie waarin de fout achterwege was gebleven. Zou de schade toen ook zijn ontstaan? Dan ontbreekt de causaliteit.

Daarnaast wordt via artikel 6:98 BW getoetst of de schade in een zodanig nauw verband staat met de daad dat deze aan de dader kan worden toegerekend, mede gelet na de aard van de aansprakelijkheid en de aard van de schade. Er is echter een addertje onder het gras dat veel juristen over het hoofd zien - ik onthul deze veelgemaakte fout in de sectie over de relativiteit hieronder.

Vereiste 5: Relativiteit (Bescherming van de norm)

Het laatste en vaak meest abstracte vereiste is de relativiteit, vastgelegd in onrechtmatige daad eisen. Dit betekent dat de geschonden norm specifiek moet dienen ter bescherming tegen de schade zoals het slachtoffer dat heeft geleden.

Hier gaat het in de praktijk vaak mis. Dit is de valkuil die ik zojuist al noemde: eisers bewijzen keurig een wettelijke overtreding en de daaruit voortvloeiende schade, maar verliezen de zaak omdat de wet daar simpelweg niet voor bedoeld is. Neem een winkelier die zijn pand illegaal zonder vergunning opent. Als een concurrent daardoor omzet misloopt, heeft de winkelier weliswaar een wet overtreden, maar de vergunningsplicht is bedoeld om de openbare orde of veiligheid te bewaken, niet om de winst van concurrenten te beschermen. De vordering strandt dan genadeloos op het relativiteitsvereiste.

De bewijslast: Wie stelt, die bewijst

Binnen de civiele procedure geldt de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van bepaalde feiten, draagt de bewijslast.[3] Voor de eiser betekent dit een zware opgave.

Niet alleen de onrechtmatigheid en de toerekenbaarheid moeten door de benadeelde worden onderbouwd, maar ook de exacte omvang van de schade en het causaal verband. Dit vergt een waterdicht dossier vol facturen, getuigenverklaringen of expertiserapporten. Soms komt de rechter de eiser tegemoet met een bewijsvermoeden of de omkeringsregel, bijvoorbeeld als er een specifieke veiligheidsnorm is geschonden die bedoeld is om een specifiek gevaar te voorkomen, en dat gevaar zich vervolgens heeft gerealiseerd. Toch blijft de bewijslast in veruit de meeste gevallen de grootste drempel voor een succesvolle claim.

Verschil tussen Onrechtmatige Daad en Wanprestatie

Wanneer er schade ontstaat, is het essentieel om de juiste juridische grondslag te kiezen. De twee belangrijkste wegen in het Nederlandse civiele recht zijn de onrechtmatige daad en de wanprestatie.

Onrechtmatige daad (Art. 6:162 BW)

- Schending van een algemene maatschappelijke norm, wet of recht van een ander.

- Vereist dat aan alle vijf de cumulatieve wettelijke criteria strikt wordt voldaan.

- Buitencontractuele aansprakelijkheid; er is vooraf geen overeenkomst nodig tussen de partijen.

Wanprestatie (Art. 6:74 BW)

- Het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van gemaakte contractuele afspraken.

- Focust primair op de toerekenbare tekortkoming en vereist vaak eerst een ingebrekestelling.

- Contractuele aansprakelijkheid; er moet verplicht een geldige overeenkomst bestaan.

Als er een contract ligt, kies je in de regel voor wanprestatie omdat de bewijslast rondom de gemaakte afspraken vaak makkelijker aan te tonen is. De onrechtmatige daad fungeert als het universele vangnet voor situaties waarin wildvreemden elkaar schade berokkenen, zoals bij een verkeersongeval.

Het trillende bouwverkeer van aannemer Hupkes

Aannemer Hupkes voerde in het centrum van Utrecht grootschalige funderingswerkzaamheden uit. Buurtbewoner Bas merkte na twee weken op dat er diepe scheuren in de muren van zijn monumentale woning ontstonden. De aannemer wuifde de klachten in eerste instantie lachend weg en claimde dat de schade door ouderdom kwam.

Bas besloot direct een bouwkundig expert in te schakelen om trillingsmetingen te verrichten. Het eerste rapport was helaas onvolledig omdat de meter verkeerd was afgesteld, waardoor de gegevens juridisch onbruikbaar waren. Bas moest opnieuw kosten maken voor een tweede, waterdichte expertise.

Het kantelpunt kwam toen de tweede expert onomstotelijk vaststelde dat de trillingen van de zware vrachtwagens de wettelijke maximumnormen voor monumenten met dertig procent overschreden. De aannemer had bovendien nagelaten om vooraf een nulmeting te doen, wat een schending van de maatschappelijke zorgvuldigheid betekende.

Gewapend met dit expertiserapport startte Bas een procedure. De rechter oordeelde dat aan alle vijf de vereisten was voldaan en veroordeelde de aannemer tot het betalen van een schadevergoeding van veertienduizend euro voor het herstel van de muren.

Wil je meer weten over de achtergronden? Lees dan meer over wat zijn de vereisten van een onrechtmatige daad?

Kernpunten

Alle vijf de vereisten zijn cumulatief

Een claim strandt direct als niet aan álle vijf de elementen (onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, schade, causaliteit, relativiteit) is voldaan.

Relativiteit is de stille killer van claims

Zelfs bij een overduidelijke wetsovertreding en aantoonbare schade wijst de rechter de eis af als de geschonden norm niet bedoeld is om jouw specifieke belang te beschermen.

Zorg voor een ijzersterk bewijsdossier

De bewijslast ligt bij de benadeelde; begin direct met het verzamelen van onafhankelijke expertiserapporten en foto's om het causaal verband feitelijk te onderbouwen.

Breid je kennis uit

Wanneer is sprake van een onrechtmatige daad?

Er is pas sprake van een onrechtmatige daad als een handeling of het nalaten daarvan in strijd is met een wet, een inbreuk maakt op andermans recht, of ingaat tegen de ongeschreven maatschappelijke zorgvuldigheidsnormen. Daarnaast moeten ook de overige vier vereisten (toerekenbaarheid, schade, causaliteit en relativiteit) aanwezig zijn om tot aansprakelijkheid te concluderen.

Wat gebeurt er als ik de schade niet kan bewijzen?

Als eiser draag je op grond van de wet de bewijslast voor het bestaan en de omvang van de schade. Slaag je er niet in om de schade concreet te onderbouwen met bijvoorbeeld offertes of facturen, dan zal de rechter de vordering tot schadevergoeding afwijzen, ongeacht of de gedraging van de tegenpartij onrechtmatig was.

Kan een onrechtmatige daad worden opgeheven?

Ja, de onrechtmatigheid van een gedraging vervalt wanneer de dader met succes een beroep kan doen op een rechtvaardigingsgrond. Wettelijke voorbeelden hiervan zijn noodweer (zelfverdediging), overmacht in de zin van noodtoestand, of het handelen ter uitvoering van een wettelijk voorschrift.

Bronvermelding

  • [1] Wetboekplus - Om met succes schadevergoeding te eisen op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek, moet er aan vijf cumulatieve vereisten worden voldaan: onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, schade, causaal verband und relativiteit.
  • [2] Wetboekplus - Zo stelt de wet dat gedragingen van kinderen jonger dan 14 jaar wegens hun leeftijd niet aan henzelf kunnen worden toegerekend.
  • [3] Wetboekplus - Binnen de civiele procedure geldt de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van bepaalde feiten, draagt de bewijslast.