Wat valt er onder een onrechtmatige daad?

25 weergaven
Een onrechtmatige daad is een schending van een wettelijk of ongeschreven recht. Dit kan gaan om een handeling die in strijd is met de wet of een plicht, of een nalaten van actie die vereist is. Omdat dit een onrechtmatige daad is, zijn er echter mogelijk rechtvaardigingsgronden die het gedrag kunnen excuseren.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Wanneer spreek je van een onrechtmatige daad? Een heldere uitleg.

Een onrechtmatige daad, zoals gedefinieerd in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek, is een veelvoorkomend juridisch begrip. Het is echter niet altijd even eenvoudig te bepalen of een handeling of nalatigheid daadwerkelijk onder deze categorie valt. In dit artikel schetsen we helder wat er onder een onrechtmatige daad verstaan wordt en welke elementen essentieel zijn voor een succesvolle claim.

De kern: inbreuk op een recht of plicht.

Een onrechtmatige daad is, simpel gezegd, een onrechtmatige gedraging die schade veroorzaakt bij een ander. Deze gedraging kan zowel een handeling (iets doen) als een nalatigheid (iets nalaten) zijn. Cruciaal is dat deze gedraging een inbreuk maakt op een recht of plicht. Dit recht of plicht kan zijn:

  • Een wettelijke bepaling: Denk aan overtreding van de verkeersregels, diefstal of smaad.
  • Een ongeschreven recht: Dit zijn regels die niet expliciet in de wet zijn vastgelegd, maar voortvloeien uit de maatschappelijke normen en fatsoen. Een voorbeeld hiervan is het onrechtmatig toebrengen van schade door onvoorzichtig gedrag, zoals het niet goed beveiligen van een bouwput. De zorgvuldigheidsnorm speelt hierbij een belangrijke rol. Wat een 'redelijk denkend en handelend persoon' in een gelijke situatie zou hebben gedaan, is hierbij doorslaggevend.

De vereisten voor een onrechtmatige daad:

Om van een onrechtmatige daad te kunnen spreken, moeten aan een aantal vereisten voldaan zijn:

  1. Onrechtmatige daad: Er moet sprake zijn van een handeling of nalatigheid die in strijd is met de wet of het ongeschreven recht.
  2. Schade: De benadeelde partij moet daadwerkelijk schade hebben geleden. Dit kan zowel materiële schade (verlies van geld, goederen) als immateriële schade (verdriet, pijn, vernedering) zijn.
  3. Causaal verband: Er moet een direct verband zijn tussen de onrechtmatige daad en de geleden schade. De schade moet een rechtstreeks gevolg zijn van de onrechtmatige gedraging.
  4. Toerekenbaarheid: De onrechtmatige daad moet toerekenbaar zijn aan de dader. Dit betekent dat de dader verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn handelen of nalaten. Toerekening kan plaatsvinden op basis van schuld (verwijtbaarheid), risico (bijvoorbeeld bij een bedrijfsaansprakelijkheid) of de wet.
  5. Relativiteit: De geschonden norm moet ertoe strekken de schade te voorkomen die de benadeelde heeft geleden. Dit houdt in dat de onrechtmatige daad gericht moet zijn op de bescherming van het belang van degene die schade lijdt.

Rechtvaardigingsgronden:

Zelfs als aan alle bovengenoemde vereisten is voldaan, kan de dader zich beroepen op een rechtvaardigingsgrond. Dit zijn uitzonderingen die de onrechtmatige daad rechtvaardigen, zoals:

  • Noodweer: Verdediging tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.
  • Overmacht: Een situatie waarin de dader geen andere mogelijkheid had dan de onrechtmatige daad te plegen.
  • Wettelijk voorschrift: De handeling is wettelijk verplicht.
  • Bevoegd gegeven ambtelijk bevel: De handeling is verricht op bevel van een bevoegd gezag.

Conclusie:

Het vaststellen van een onrechtmatige daad is een complex proces dat vaak juridische expertise vereist. Dit artikel biedt een algemeen overzicht. Voor specifieke situaties is het raadzaam om juridisch advies in te winnen. Het is belangrijk om te onthouden dat de aanwezigheid van schade en een causaal verband essentieel zijn, maar dat rechtvaardigingsgronden de aansprakelijkheid kunnen wegnemen.