Hoe ver mag de Belastingdienst terug?

56 weergaven
De Belastingdienst kan tot 5 jaar na het einde van het kalenderjaar of tot 5 jaar na ontstaan van de schuld een navorderingsaanslag opleggen.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Hoe ver mag de Belastingdienst terug?

De Belastingdienst heeft beperkingen wanneer het gaat om het opleggen van navorderingsaanslagen. Deze beperkingen zijn vastgelegd in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).

Algemene verjaringstermijn

In principe geldt er een algemene verjaringstermijn van 5 jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan. Dit betekent dat de Belastingdienst binnen deze 5 jaar een navorderingsaanslag kan opleggen.

Afwijkende verjaringstermijn

In sommige gevallen geldt een afwijkende verjaringstermijn van 5 jaar na het ontstaan van de schuld. Dit is het geval bij:

  • Niet-aangegeven inkomsten
  • Niet-afgedragen belasting die is afgetrokken van de bron
  • Fraude of opzet
  • Verzuim van aangifte of andere vereiste mededelingen

Recidive

Als de Belastingdienst binnen 5 jaar na het opleggen van een navorderingsaanslag een nieuwe navordering oplegt voor dezelfde soort belasting en dezelfde periode, dan geldt er een verjaringstermijn van 10 jaar.

Voorbeeld

Stel dat je in 2023 een onjuiste belastingaangifte hebt ingediend. De Belastingdienst kan dan tot 31 december 2028 een navorderingsaanslag opleggen. Als de Belastingdienst echter vaststelt dat je opzettelijk onjuiste informatie hebt verstrekt, dan kan er een navorderingsaanslag opgelegd worden tot 31 december 2033.

Uitzonderingen

Er zijn enkele uitzonderingen op de verjaringstermijnen. De Belastingdienst kan bijvoorbeeld een navorderingsaanslag opleggen na de verjaringstermijn als:

  • Je verkeerde informatie hebt verstrekt of documenten hebt vervalst
  • Je een belastingschuld hebt willen ontduiken

Conclusie

De Belastingdienst heeft over het algemeen 5 jaar de tijd om een navorderingsaanslag op te leggen na het einde van het kalenderjaar of het ontstaan van de schuld. In sommige gevallen geldt een afwijkende verjaringstermijn van 5 jaar na het ontstaan van de schuld of 10 jaar in geval van recidive. Er zijn echter enkele uitzonderingen op deze verjaringstermijnen.