Waarom kan ik minder tegen alcohol?

66 weergaven
Bij mensen van Aziatische afkomst komt een genetische variant voor (oriëntaals ADH) die de activiteit van een enzym verhoogt. Dit resulteert in een snellere omzetting van alcohol naar aceetaldehyde, waardoor de prettige effecten van alcohol minder sterk of zelfs niet worden ervaren.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Minder goed tegen alcohol? Genetica speelt mogelijk een rol.

Waarom verdragen sommigen alcohol beter dan anderen? De vraag naar de individuele reactie op alcohol is complex, maar genetische factoren spelen onmiskenbaar een belangrijke rol. Hoewel er vele genen betrokken zijn bij de verwerking van alcohol, is een specifieke genetische variant, vaak geassocieerd met mensen van Aziatische afkomst, een goed voorbeeld van hoe genetica onze alcoholtolerantie kan beïnvloeden.

Deze variant, ook wel aangeduid als het oriëntaalse ADH-allel (ADH1B1), beïnvloedt de activiteit van het enzym alcoholdehydrogenase (ADH). ADH is cruciaal in de eerste stap van alcoholmetabolisme: de omzetting van ethanol (de alcohol in dranken) naar aceetaldehyde. Het oriëntaalse ADH*-allel verhoogt de activiteit van dit enzym aanzienlijk. Dit betekent dat alcohol sneller wordt omgezet tot aceetaldehyde.

Hoewel aceetaldehyde uiteindelijk verder wordt afgebroken, is deze tussenstof toxisch. De snellere omzetting naar aceetaldehyde bij dragers van het oriëntaalse ADH-allel leidt tot een hogere concentratie van deze giftige stof in het bloed. De onaangename effecten van aceetaldehyde, zoals misselijkheid, braken, hoofdpijn, rode gezichtskleur en hartkloppingen, worden daardoor versterkt. Dit verklaart waarom individuen met dit allel vaak een lagere alcoholtolerantie ervaren en minder plezier beleven aan alcoholconsumptie. De prettige effecten van alcohol, die samenhangen met een bepaalde bloedconcentratie ethanol, worden simpelweg overschaduwd door de onaangename gevolgen van een te hoge aceetaldehyde-spiegel.

Het is belangrijk te benadrukken dat genetica slechts één aspect is van de complexe vergelijking. Ook andere factoren, zoals geslacht, gewicht, leverfunctie, medicijngebruik en algemene gezondheidstoestand, beïnvloeden de reactie op alcohol. Iemand met een lage alcoholtolerantie kan bijvoorbeeld ook een verminderde leverfunctie hebben, wat de afbraak van zowel alcohol als aceetaldehyde bemoeilijkt.

Het is dus niet alleen het oriëntaalse ADH-allel dat de alcoholtolerantie beïnvloedt. De interactie tussen verschillende genetische factoren en omgevingsfactoren bepaalt uiteindelijk hoe iemand reageert op alcohol. Heeft u een lage alcoholtolerantie, dan is het raadzaam om uw alcoholgebruik te beperken en eventueel uw arts te raadplegen voor advies. Zelfdiagnose op basis van genetische informatie is niet aan te raden; alleen een medisch professional kan een volledig beeld van uw situatie vormen.