Wat moet je extra eten als je geen vlees eet?

50 weergaven
Als je geen vlees eet, focus dan extra op eieren, peulvruchten, sojaproducten, noten en pitten. Deze zijn essentieel voor het aanvullen van belangrijke voedingsstoffen. Combineer dit slim met dagelijkse porties groenten, volkoren brood, diverse graanproducten en zuivel. Zo geniet je van een compleet en gezond vegetarisch eetpatroon zonder tekorten.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Welke voedingsmiddelen aanvullen in een vegetarisch dieet?

Toen ik besloot geen vlees meer te eten, dacht ik echt even: en nu dan. De supermarkt voelde ineens als een doolhof. Iedereen vraagt wat je dan wel eet, alsof je alleen op sla leeft. Zo’n onzin.

Wat je als vegetariër echt nodig hebt, zijn eiwitten en vetten. Denk aan eieren, linzen, bonen en tofu. Zeker ook noten en zaden. Dat is de basis.

Ik weet nog dat ik op een zaterdag in oktober op de markt in Utrecht stond. Een zak rode linzen, kostte bijna niks, ik denk twee euro. Daar maakte ik een enorme pan soep van. Met brood erbij, en ik zat voller dan ooit tevoren.

Het ging niet om wat ik weghaalde, vlees dus, maar om wat erbij kwam. Mijn energie ging echt omhoog. Voelde me helderder. Gek is dat he.

Zuivel en volkorenproducten zaten al in mijn patroon, dat was makkelijk. Maar nu is een handje walnoten door de yoghurt standaard. En hummus op brood is een automatisme geworden, niet meer een uitzondering.

Hoeveel procent van de wereldbevolking is vegetariër?

Wereldwijd is ongeveer 8% van de bevolking vegetariër.

Ik zat in 2022 in Rishikesh, India. Een klein cafeetje, echt zo’n houten hokje, met uitzicht op de Ganges. Alles was er vegetarisch. Niet als een speciale optie, nee, het was gewoon de norm. Dat was zo'n bizarre en tegelijkertijd rustgevende ervaring. Niemand die je raar aankeek.

Hier in Nederland moet je altijd de ingrediënten checken, vragen stellen. Op die ene familiebarbecue in de zomer van 2023 in Drenthe was er voor mij alleen een droge salade. Het gevoel dat je een last bent. Maar daar in India... het was een compleet andere wereld. De geuren, de smaken, alles puur en zonder vlees.

Het is ook niet gek. India heeft met bijna 40% het hoogste percentage vegetariërs ter wereld. Dat komt natuurlijk door religie en cultuur, het zit er gewoon ingebakken. Dat getal van 21,8% dat je soms ziet, is oud en waarschijnlijk een overschatting die flexitariërs meetelt. De realiteit is complexer en verschilt enorm per land.

Als je de wereldkaart bekijkt, zie je bizarre verschillen. Het is niet overal zoals in Rishikesh. Zeker niet.

  • Mexico: 19%
  • Israël: 13%
  • Taiwan: 14%
  • Verenigd Koninkrijk: 7%
  • Duitsland: 10%
  • Nederland: ongeveer 5%

In Nederland voel ik me soms nog steeds een uitzondering. Vijf procent is niks. Dan denk ik terug aan dat cafeetje, de rustige stroom van de rivier en de smaak van een perfecte thali. Het was daar zo vanzelfsprekend. Geen discussie, geen gedoe, gewoon eten. Het was zo... makkelijk.

Soms mis ik dat gevoel vanzelfsprekendheid. De wereld is echt niet één pot nat als het om eten gaat. Die cijfers zijn niet zomaar cijfers, ze vertegenwoordigen een cultuur. Een compleet andere manier van leven en denken over voedsel. Dat besefte ik daar pas echt, met mijn voeten bijna in de Ganges. Wauw.

Hoeveel procent van de wereldbevolking is veganist?

Wereldwijd is ongeveer 1,5% van de bevolking veganist in 2024, wat neerkomt op ruim 120 miljoen mensen.

Zo, ruim 120 miljoen mensen hebben besloten dat koeien en kippen geen wandelende lunchpakketten zijn, maar eerder, uh, individuen met een eigen agenda. Dat is meer dan de hele bevolking van Japan, die anders bekendstaat om hun liefde voor, nu ja, vis. Grappig toch, hoe we zo obsessief bezig zijn met wat er op ons bord ligt, alsof het de sleutel is tot kosmische verlichting? Misschien is het dat ook wel, wie zal het zeggen.

Die opkomst is trouwens geen toeval. Het is een beetje zoals met die ene vriend die opeens besluit marathons te lopen; eerst lach je, dan raak je geïntrigeerd, en voor je het weet, koop je zelf een paar sportschoenen. Of niet, want sport is vermoeiend, geef ik eerlijk toe. De drijfveren zijn een cocktail van ethiek, de onvermijdelijke klimaatapocalyps (een kleine understatement), en je lichaam dat plots roept om minder cholesterol en meer, nou ja, groen. Mijn tante Jannie zweert erbij dat haar spijsvertering als een Zwitsers uurwerk loopt sinds ze de kaas liet staan. Ik geloof haar direct.

Waarom mensen hun culinaire kompas zo radicaal bijstellen, is een intrigerend schouwspel. Je zou denken dat een goedgevulde kaasplank het summum van geluk is, maar nee hoor. Dit zijn de hoofdredenen, zo heb ik vernomen tijdens menig borrelgesprek waar ik stiekem de amuses veganistisch probeerde te maken:

  • Dierenwelzijn: Want niemand wil een kip zien die krap zit, tenzij het in een pan met voldoende ruimte is, haha. Serieus, het idee dat dieren voelende wezens zijn, begint eindelijk door te sijpelen bij het grote publiek. En dat is maar goed ook, vind ik.
  • Milieu-impact: Vleesproductie slokt water en land op alsof het de laatste fles wijn op een feestje is. Minder vlees betekent minder CO2, minder ontbossing – de aarde zucht opgelucht. En wij ook, hopelijk. Het is simpelweg een gigantische factor die we niet langer kunnen negeren.
  • Gezondheid: Minder hart- en vaatziekten, een stabieler gewicht, en waarschijnlijk een glanzender aura. Sommigen beweren zelfs dat ze door veganisme plotseling de zin van het leven begrepen. Misschien een beetje overdreven, maar een mens moet ergens beginnen met zoeken, toch? Plus, die veganistische proteïneshakes zijn tegenwoordig best te pruimen.

De toekomst van veganisme is geen rechtlijnig pad; het is eerder een slingerende bergweg met af en toe een onverwachte culinaire afslag. Het aantal zal blijven groeien, dat is een feit zo vast als het beton onder mijn voeten. Maar verwacht geen wereldwijde revolutie waarbij iedereen morgen zijn biefstuk inruilt voor een linzenburger. Dat is net zoiets als verwachten dat iedereen plots op tijd komt voor afspraken. Onrealistisch, maar een mens mag dromen, nietwaar? We evolueren nu eenmaal in ons eetgedrag, zoals we ook ooit dachten dat sigaretten gezond waren. Tijden veranderen, gelukkig maar. Ik heb vanochtend nog mijn biologische havermelk genoten, wetende dat ik daarmee een kleine bijdrage lever. En dat voelt best aardig.

Wat eten flexitariërs niet?

Flexitariërs mijden rood vlees. Ze consumeren geen producten met dierlijke bijproducten.

Het is een keuze. Geen dogma. Vlees, soms. Dat is het punt.

  • Rood vlees: Dat laten ze liggen. Geen biefstuk, geen lamsvlees. Een bewuste afstand. De impact telt.
  • Dierlijke bijproducten: Daar trekken ze de grens.
    • Gelatine: Vaak in snoep, toetjes. Een levenloze massa uit botten. Overbodig.
    • Reuzel: Varkensvet. Een verleden dat niet meer past.
    • Dierlijk stremsel: Essentieel voor veel kazen. Het offer van een kalf, voor smaak. Soms is dat te veel gevraagd.

Waarom? Minder impact, zeggen sommigen. Gezondheid, wellicht. Het besef dat niet alles nodig is. Een compromis. Het leven gaat door, met minder.

Kip, vis, ja. Soms wat eieren. Een pragmatische blik op de keten. Het is niet radicaal. Slechts een nuance. Je kiest wat je eet. Of juist niet.

Kan iedereen 100% veganist zijn?

Het is niet zo zwart-wit. Er zijn verschillen in hoe mensen veganisme beleven. Sommigen streven naar perfectie, anderen naar een beter alternatief.

De druk om volledig veganistisch te zijn kan ontmoedigend werken. Zelfs met de beste bedoelingen glippen er soms dierlijke producten door. Denk aan bepaalde medicijnen, of voedsel met onverwachte ingrediënten.

En dan is er nog de culturele context en beschikbaarheid. Wat in de stad makkelijk is, kan in een afgelegen dorp een uitdaging zijn. Er zijn gradaties van veganisme.

Het protest in Manhattan toont de passie. Maar de realiteit is vaak complexer. De intentie om geen dierenleed te veroorzaken, dat is waar het echt om gaat.