Is varen een sterk werkwoord?

35 weergaven
Het werkwoord varen (op het water bewegen met een boot) is sterk en vervoegt onregelmatig. De stam verandert bij de verleden tijd: ik voer, hij/zij voer, wij voeren, en de voltooide tijd is gevaren. De sterke vervoeging onderscheidt het van zwakke werkwoorden.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Is varen een sterk werkwoord?

In de Nederlandse taal zijn werkwoorden onder te verdelen in sterke en zwakke werkwoorden. Sterke werkwoorden kenmerken zich door een onregelmatige verbuiging in de verleden tijd en voltooide tijd. Zwakke werkwoorden daarentegen verbuigen op een regelmatige manier.

Het werkwoord "varen" (op het water bewegen met een boot) valt onder de categorie sterke werkwoorden. Dit betekent dat het een onregelmatige verbuiging kent in de verleden tijd en voltooide tijd.

Onregelmatige verbuiging in de verleden tijd

In de verleden tijd verandert de stam van het werkwoord "varen":

  • Ik voer
  • Hij/zij voer
  • Wij voeren
  • Jullie voeren
  • Zij voeren

Onregelmatige verbuiging in de voltooide tijd

In de voltooide tijd krijgt het werkwoord "varen" het voltooid deelwoord "gevaren":

  • Ik ben gevaren
  • Hij/zij is gevaren
  • Wij zijn gevaren
  • Jullie zijn gevaren
  • Zij zijn gevaren

Onderscheid met zwakke werkwoorden

De onregelmatige verbuiging in de verleden tijd en voltooide tijd onderscheidt sterke werkwoorden van zwakke werkwoorden. Bij zwakke werkwoorden wordt in de verleden tijd de stam extended met "-te" of "-de" en in de voltooide tijd met "ge-" plus het voltooid deelwoord op "-d" of "-t".

Voorbeelden van zwakke werkwoorden zijn:

  • Ik werkte (verleden tijd)
  • Ik heb gewerkt (voltooide tijd)
  • Ik sprak (verleden tijd)
  • Ik heb gesproken (voltooide tijd)

Conclusie

Het werkwoord "varen" is een sterk werkwoord omdat het een onregelmatige verbuiging kent in de verleden tijd en voltooide tijd. Deze onregelmatige verbuiging onderscheidt het van zwakke werkwoorden, die op een regelmatige manier verbuigen.