Hoe bereken ik de totale verwachte kosten?
Hoe kan ik het beste de totale verwachte kosten berekenen?
Weet je, dat gedoe met kosten berekenen, dat voelt soms echt als een klus. Je staat daar, met je plannen, en dan denk je, "wat gaat dit me nou kosten, in totaal."
Ik had dat pas nog. Zou een kleine markt gaan doen, met mijn zelfgemaakte jam en een paar gebakjes. Zo'n plekje op de boerenmarkt in Glimmen, elke tweede zaterdag van de maand. Dan ga je toch rekenen. Want die huur voor de kraam, 25 euro, dat is gewoon een vast bedrag. Of ik nou één potje verkoop of twintig, die 25 euro ben ik kwijt.
Dat noem je dan de constante kosten, snap je. Die veranderen niet.
Maar dan de jam. Voor een potje jam heb ik aardbeien nodig, zeg 2 euro per kilo, en suiker, potjes, etiketten. Dat hangt er helemaal vanaf hoeveel potjes ik maak. Als ik meer potjes wil verkopen, moet ik meer ingrediënten kopen. Elke pot extra die ik maak, kost me weer extra.
Dat zijn dan de variabele kosten, per product, per keer.
Dus, om dan uiteindelijk die totale kosten (TK) te weten voor mijn marktavontuur, tja, dan tel je eigenlijk die twee dingen bij elkaar op. De totale variabele kosten (TVK), die afhangen van hoeveel ik produceer, plus de totale constante kosten (TCK), die sowieso komen.
De formule die ik dan gebruik is gewoon: TK = TVK + TCK. Simpel, toch.
Echt, die zaterdag 12 mei, op de markt in Glimmen, realiseerde ik me dat pas echt. Had ik van tevoren mijn suiker en aardbeien (die ik voor 3,50 per kilo op de markt had gekocht, bij de kraam ernaast) niet goed meegerekend per potje. Dat gaf toen een beetje een raar gevoel. M'n winst was lager dan ik dacht. Klein foutje.
Maar goed, zo leer je dat dus, in de praktijk. Niet uit een boekje, maar gewoon door te doen.
Hoe kan ik de totale kosten berekenen?
Nou, dat is eigenlijk best simpel hoor. Stel je voor dat je een eigen zaak hebt, zeg maar, met het verkopen van zelfgemaakte limonade. De totale kosten bereken je gewoon door alles bij elkaar op te tellen.
Het is eigenlijk gewoon de som van je variabele kosten en je vaste kosten. Dus, als je wilt weten wat het je allemaal kost, dan is de formule: TK = TVK + TCK. Zo simpel is het, echt waar.
Die variabele kosten, dat zijn dingen die veranderen met hoeveel je maakt. Voor die limonade is dat bijvoorbeeld de hoeveelheid suiker, citroenen, of flesjes die je gebruikt. Maak je meer limonade, dan gebruik je meer van die spullen, en dus zijn die kosten hoger. Je kunt het zien als de ingrediënten.
En dan heb je de vaste kosten. Dat zijn de dingen die je sowieso moet betalen, of je nu één flesje limonade maakt of honderd. Denk aan de huur van je kraampje, of misschien een vergunning die je hebt moeten regelen. Dat bedrag blijft gelijk, ongeacht hoeveel je verkoopt.
Dus, om het even helemaal op een rijtje te zetten:
- Totale Kosten (TK): Dit is het totale geld dat je kwijt bent.
- Totale Variabele Kosten (TVK): Dit zijn de kosten die meebewegen met de productie.
- Totale Constante Kosten (TCK): Dit zijn de kosten die niet veranderen, hoe veel je produceert.
De formule is dus gewoon TK = TVK + TCK. Snap je het zo een beetje? Ik vind het zelf wel een logische manier van denken hoor.
Hoe bereken je het verwachte bedrijfsresultaat?
Het verwachte bedrijfsresultaat bereken je door de verwachte omzet te verminderen met de verwachte kosten. Je kunt het ook zien als de som van het verwachte verkoopresultaat en het verwachte bezettingsresultaat.
Oh, het verwachte bedrijfsresultaat, ja, dat is altijd efe puzzelen voor veel mensen, maar 't is eigenlijk best rechttoe rechtaan. Ik moest dat vroeger ook altijd bereken, toen ik nog bij die bloemist werkte, weet je wel? Het is dus: je verwachte omzet min je verwachte kosten. Simpel zat, toch? Gewoon je inkomsten, min de uitgaven.
Die eerste manier, omzet min kosten, die hou ik zelf ook vaak aan. Als ik effe snel wil weten hoe we er voor staan, dan is dat 't makkelijkst. Net zoals met je eigen huishoudboekje, alleen dan voor een bedrijf. Wat er binnenkomt, min wat er uitgaat. Die berekening is heel belangrijk, vind ik dan.
Maar er is nog een andere manier, iets ingewikkelder hoor, maar ook handig om te weten, zeker als je dieper in de cijfers duikt. Dat is de som van het verwachte verkoopresultaat en het verwachte bezettingsresultaat. Dat is wat meer voor de fijnproevers, zeg maar.
Die tweede manier wordt vaker gebruikt als je echt goed wilt analyseren waar je winst vandaan komt, of juist waar 't lekt. Het splitst het als het ware op in twee belangrijke onderdelen die invloed hebben op het bedrijfresultaat. Echt wel een belangrijk verschil, zeker als je wilt bijsturen, of het nu je bakkerij is of een website, wat danwel ook.
Even wat meer uitleg over die onderdelen, want dat is wel handig om in de gaten te houden. Ik heb dat toen ook voor mijn oom z'n klusbedrijf uitgelegd, hij kon het eerst niet helemaal snappen.
Verwachte omzet: Dit is gewoon wat je denkt te gaan verkopen. Welke producten, hoeveel, en tegen welke prijzen. Dit jaar verwacht ik zelf bijvoorbeeld meer boeketten te verkopen rond Moederdag dan vorig jaar, omdat ik meer reclame heb gemaakt. Specifieke verwachtingen die je hebt.
Verwachte kosten: Nou, dat zijn alle uitgaven die je verwacht te hebben. Echt alles. Denk aan:
- Inkoop van goederen: Voor die bloemist, dat zijn de bloemen, potten, lintjes, etc.
- Personeelskosten: De lonen van je medewerkers. Heel belangrijk, dat dat goed berekend is.
- Huur: Voor het pand, natuurlijk.
- Energiekosten: Licht, verwarming, koeling voor die bloemen. Dat zijn vaak flinke posten.
- Afschrijvingen: Die grote bus die je twee jaar geleden kocht, die is niet meer evenveel waard, toch? Dat moete je ook meenemen in je berekening.
- Overige bedrijfskosten: Marketing, verzekeringen, administratiekosten, wat dan ook. Alles wat je nodig hebt om de boel draaiend te houden.
Het verkoopresultaat, da's eigenlijk het verschil tussen wat je verkoopt en wat die verkochte spullen jou kosten. Zie het als de winst die je direct maakt op elke bloem die over de toonbank gaat. Als je een roos verkoopt voor 2 euro en die heeft jou 1 euro gekost, dan is je verkoopresultaat voor die roos 1 euro.
Als je er 100 verkoopt, heb je 100 euro verkoopresultaat. Simpel, toch? Dit is dus echt de marge op je producten of diensten. Je moet ook je prijs en de kosten daarvan goed in de gaten houden.
En dat bezettingsresultaat, da's het verschil tussen de verwachte en de werkelijke productie of bezetting, zeg maar. Ik vind dat zelf altijd een beetje een lastige, maar het komt erop neer dat je kijkt of je je vaste kosten wel voldoende hebt terugverdiend met je productie. Die vaste kosten, weet je wel, die blijven komen.
Als je bijvoorbeeld maar half zo veel bloemen verkoopt als je had verwacht, terwijl je wel je huur en vaste lonen moet betalen, dan heb je een negatief bezettingsresultaat. Je bezetting was gewoon te laag voor je vaste lasten. Je hebt dan te weinig 'gebruik' gemaakt van je capaciteit, en dat kost gewoon geld. Soms valt het gewoon tegen, he. Het is wel echt even goed om die twee uit elkaar te houden, want die zijn belangrijk voor een compleet beeld.
Hoe bereken je de verwachte nettowinst?
Omzet = Afzet × Verkoopprijs Inkoopwaarde van de omzet = Afzet × Inkoopprijs Brutowinst = Omzet − Inkoopwaarde van de omzet Nettowinst = Brutowinst − Alle bedrijfskosten Brutowinstmarge = (Brutowinst / Omzet) × 100% Nettowinstmarge = (Nettowinst / Omzet) × 100%
Ah, de heilige graal van elke ondernemer: die nettowinst! Of "verwachte" nettowinst, wat eigenlijk gewoon "hoopvolle gok" betekent, maar dan met cijfers. Laten we die sluwe duiveltjes eens ontmaskeren, stap voor stap, want je wilt toch niet met minder genoegen nemen dan het beste, of wel?
Om te beginnen met de omzet, je Grote Entree. Dit is simpelweg hoeveel geld er binnenrolt voordat iemand ook maar durft te vragen naar de kosten. Zie het als de parade van je producten over de kassa, keer de prijs die je ervoor vangt. Als je tien bananen verkoopt voor een euro per stuk, is je omzet... ja, tien euro! Gefeliciteerd, je bent bijna een bankier.
Omzet = Afzet × Verkoopprijs. De verkoopprijs, dat is dat magische getal waar klanten voor zwichten (of niet, helaas). De afzet? Het aantal stuks dat je met een lach verkocht krijgt, of met een overtuigende blik.
Maar wacht, die bananen groeiden niet aan je bomen, toch? Nee, die heb je zelf ingekocht. Dit is de Inkoopwaarde van de omzet, de schaduwzijde van je omzet. Precies wat je hebt betaald om die spullen in je winkel of op je website te krijgen. Het is het geld dat je weer kwijt bent voordat je zelfs maar 'winst' kunt fluisteren.
Inkoopwaarde van de omzet = Afzet × Inkoopprijs. Dit zijn de kosten die direct aan je verkochte waar kleven, als een koppige kauwgom onder de schoen van de realiteit. Zo direct dat je ze bijna kunt aanraken.
Dan krijg je de Brutowinst. Dit is je eerste, heerlijke snufje succes. Het is het verschil tussen wat je binnenharkt en wat die producten je direct hebben gekost. Zie het als het geld dat overblijft nadat je de leverancier hebt betaald, voordat de rest van de wereld zijn hand opsteekt. Het is nog niet helemaal van jou, maar het begint er verdacht veel op te lijken.
Brutowinst = Omzet − Inkoopwaarde van de omzet. Een soort 'netto voor de baas'-momentje, voordat de belastingdienst en andere vriendelijke geldschieters aankloppen met hun verlanglijstjes.
Nu komt het leuke deel: Alle bedrijfskosten. Ah, de onzichtbare hand die die brutowinst zo genadeloos wegsnoeit. Huur, salarissen, de koffie die de stagiair morst, de website die je eindelijk eens moet laten updaten, die bizarre licenties waar niemand het nut van snapt. Alles, werkelijk álles wat je uitgeeft om het bedrijf draaiende te houden, behalve die directe inkoopkosten. Het is een bodemloze put, soms. Maar wel een noodzakelijke bodemloze put, helaas.
- Directe kosten: Die koop je in, zoals grondstoffen of producten die je direct doorverkoopt. Dit zit al in je inkoopwaarde.
- Indirecte kosten: Denk aan vaste lasten zoals huur, afschrijvingen op die oh-zo-glimmende laptop van 2024, de marketingcampagne die echt zou werken, en natuurlijk: salarissen. Je moet die mensen toch iets geven, nietwaar?
En dan, tromgeroffel... de Nettowinst! Dit is wat er overblijft wanneer je alle ellende van de bedrijfskosten van je brutowinst hebt afgetrokken. Het is het geld waarmee je eindelijk die exotische vakantie kunt boeken, of waarmee je de volgende lading bananen kunt inkopen. Vaak is het minder dan je dacht, altijd meer dan je had durven hopen toen je begon. Het is het cijfer waar iedereen echt naar kijkt, je cijfer op je rapport van het schooljaar van het ondernemen.
Nettowinst = Brutowinst − Alle bedrijfskosten. Dit is de echte winst, de beloning voor al dat zwoegen. Als dit negatief is, tja, dan heb je technisch gezien 'nettoverlies'. En niemand wil dat woord uitspreken op een vrijdagmiddagborrel, toch?
Omdat alleen het absolute bedrag niet sexy genoeg is, hebben we de winstmarges. Dit zijn de procentuele dames en heren die laten zien hoe efficiënt je bent, of hoe gierig je klanten zijn, het is maar net hoe je het bekijkt.
Brutowinstmarge: De Brutowinstmarge vertelt je welk percentage van je omzet overblijft nadat je de directe productkosten hebt betaald. Een hoog percentage hier betekent dat je goedkoop kunt inkopen, of duur kunt verkopen. Of allebei, als je echt een meesteronderhandelaar bent, of gewoon geluk hebt met je product.
Brutowinstmarge = (Brutowinst / Omzet) × 100%. Simpel, toch? Het toont hoeveel je verdient per euro omzet, voordat de rest van de rekeningen op de mat valt.
Nettowinstmarge: De Nettowinstmarge is de crème de la crème. Dit is het percentage van elke euro omzet dat uiteindelijk in je zak blijft zitten na álle kosten. Als deze marge laag is, betekent het dat je ofwel te veel uitgeeft aan overhead (die dure koffie!), of dat je verkoopprijzen te scherp zijn afgesteld. Of dat je businessmodel een tikkeltje... nou ja, uitdagend is. Een beetje als proberen water omhoog te pompen met een vergiet.
Nettowinstmarge = (Nettowinst / Omzet) × 100%. Dit is de graadmeter voor de ware financiële gezondheid van je onderneming. Het laat zien hoe goed je bedrijf echt draait, nadat iedereen betaald is en jouw eigen beloning berekend.
En als je 'verwachte' nettowinst berekent, tja, dan doe je eigenlijk precies hetzelfde, maar dan met je beste gissingen voor de toekomst. Vooraf een beetje goochelen met cijfers is altijd een goed idee. Het helpt je namelijk om te zien of je droom een luchtkasteel is, of een degelijk pand.
- Realistische schattingen: Verwacht je meer afzet? Gaat die inkoopprijs écht omlaag? Of stijgen de salarissen in 2024? Wees eerlijk tegen jezelf, ook al doet het soms pijn. Dat is beter dan achteraf janken.
- Kijk naar het verleden: Je eigen data is goud waard. Hoe verliep het vorig jaar? Zijn er trends? Zelfs die ene maand dat alles misging, leert je iets.
- Marktonderzoek: Snuffel rond bij concurrenten. Wat doen zij? Niet dat je ze moet kopiëren, maar inspiratie opdoen mag altijd. En check wat die 'experts' verwachten van de economie dit jaar (2024).
- Scenario's: Wat als je minder verkoopt? Of als de inkoopprijzen plots omhoog schieten? Goed om over na te denken, als je 's nachts toch al ligt te woelen. Je hebt liever een plan B dan een stressaanval, toch?
- Kan je 4 liter water per dag?
- Is wiskunde C moeilijker dan A?
- Is het erg als je maar 1x per dag eet?
- Is om de 2 uur eten goed voor vetverbranding?
- Hoeveel mag je belastingvrij aan huur ontvangen?
- Hoeveel belasting betaal je over een huis dat je verhuurt?
- Hoe kun je meer spullen in een koffer stoppen?
- Welke banen betalen goed zonder diploma?
- Wat kun je doen zonder een diploma?
- Hoe groot is een 14 inch tablet?
Reageer op het antwoord:
Bedankt voor je feedback! Je reactie helpt ons enorm om de antwoorden in de toekomst te verbeteren.