Kan je registratierechten afschrijven?

37 weergaven
Nee, registratierechten zijn niet langer vrij afschrijfbaar. Sinds 1 januari 2020 moeten notariskosten en registratierechten direct in de kosten worden opgenomen of afgeschreven volgens hetzelfde ritme als de onderliggende investering. De flexibiliteit in afschrijving is hiermee verdwenen.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Registratierechten afschrijven: is dat mogelijk?

Man, die hele papierwinkel rond een huis kopen, ik word er soms echt niet wijs uit. Vooral die kosten, zoals registratierechten, hoe zit dat nou precies met afschrijven?

Ik herinner me nog goed, eind 2019, toen ik bezig was met dat appartementje in Gent, vlakbij het Citadelpark. Mijn boekhouder, Jos, die krabde eens achter z'n oor. Vanaf januari zei hij toen, wordt dat anders. Mijn hoofd draaide.

Dus, die registratierechten en zelfs notariskosten, die pakweg 12.000 euro waren voor mijn aankoop van 250.000 euro, kon je vroeger een beetje spreiden qua afschrijven, op je eigen tempo. Een beetje vrijer, zeg maar.

Maar dat kon dus niet meer, na 1 januari 2020. Vanaf toen moest je die extra kosten direct in je boekhouding zetten als uitgave, of ze afschrijven over precies dezelfde periode als je gebouw. Geen eigen ritme meer, helaas.

Dat voelde echt als een streep door de rekening. Een domper op de investering, die flexibiliteit was gewoon weg.

Ik had gehoopt die kosten, zeg de 2% registratierechten voor mijn tweede woning, iets uit te smeren. Nu moest het rapper, veel sneller. Die aankoop in februari 2020, ik moest het ineens anders aanpakken.

Het is wat het is natuurlijk, maar die regels zijn soms zo rigide. Je wilt een beetje ademruimte, toch, als kleine investeerder?

Kan ik de registratierechten voor de grond afschrijven?

Grond slijt niet. Dus je schrijft er niet op af. De kosten om het te krijgen zijn een ander verhaal. Die zijn eenmalig.

Registratierechten en btw op de grond zijn directe kosten. Volledig aftrekbaar in het jaar van aankoop. Weg ermee. Een last die je meteen van je afschudt.

Een gebouw is vergankelijk. Het veroudert. Het sterft. De kosten die erbij horen, volgen die logica. Of net niet. Je hebt een keuze.

  • Optie 1: De bijkomende kosten direct aftrekken. Het gebouw zelf schrijf je af over de gebruiksduur. De kosten zijn nu weg. Schoon schip.
  • Optie 2: De kosten mee afschrijven met het gebouw. De pijn uitsmeren. Jarenlang een klein beetje. Tegen hetzelfde percentage als het gebouw.

De keuze bepaalt je resultaat. Nu. Of later. De fiscus maakt het niet uit, zolang je maar kiest. En je aan je keuze houdt. Ik heb dossiers gezien waar ze wisselden. Dat eindigt slecht.

Je kunt niet afschrijven op de grond zelf. Nooit. Grond is geen kost, het is een bezit. Het is er, ook als jij er niet meer bent. De fiscus weet dat.

Wat mag je in 5 jaar afschrijven?

Bedrijfsmiddelen met een gebruiksduur van 5 jaar: De meeste bedrijfsmiddelen met een verwachte levensduur van vijf jaar mogen met maximaal 20% per jaar worden afgeschreven. Dit betekent dat de kosten over minimaal vijf jaar worden gespreid. Denk hierbij aan kantoormeubilair, computers, en bepaalde voertuigen.

Goodwill en andere immateriële activa: Voor immateriële activa zoals goodwill, die vaak een langere "leven" hebben, is het afschrijvingspercentage lager. Hier mag je maximaal 10% per jaar in aftrek brengen. Dit weerspiegelt de meer permanente aard van zulke investeringen.

Waarom de 5-jaars regel? De limiet van 20% per jaar is een praktische richtlijn. Het is een manier om de kosten van bedrijfsmiddelen die economisch aan slijtage onderhevig zijn, geleidelijk ten laste van het resultaat te brengen. Het is geen absolute wet, maar een algemeen geaccepteerd principe om boekhoudkundige en fiscale redenen.

Flexibiliteit in afschrijving: Hoewel 20% de maximale jaarlijkse afschrijving is, kun je ervoor kiezen om langer dan 5 jaar af te schrijven. Dit is afhankelijk van de daadwerkelijke economische levensduur en het verwachte gebruik van het bedrijfsmiddel. Het belangrijkste is dat de afschrijving gespreid is over de periode dat het bedrijfsvoordeel wordt genoten.

Meer dan 20% afschrijven? In specifieke gevallen, zoals bij bedrijfsmiddelen die sneller verouderen of minder waard worden, kan een hogere afschrijving gerechtvaardigd zijn. Dit vereist echter wel een gedegen onderbouwing. Het is niet zomaar mogelijk om meer dan 20% per jaar af te schrijven.

Belang van consistentie: Wat je ook kiest, de gehanteerde afschrijvingsmethode moet consistent zijn voor vergelijkbare bedrijfsmiddelen. Dit zorgt voor een duidelijk en vergelijkbaar beeld van de financiële prestaties over de jaren heen. Het is een beetje zoals bij het leven zelf, structuur geeft overzicht, ook al is het soms een beetje chaotisch.

Hoeveel afschrijving kan ik in het jaar van verkoop nemen?

Ah, die heerlijke puzzel van de Belastingdienst! Het jaar van verkoop is net als die laatste hap pizza: alles is op, er valt niets meer te halen. Geen afschrijving meer mogelijk in het jaar van verkoop. Simpel als dat, geen gedoe, geen getal. Je mag niet meer meeliften op de kosten na het moment dat je spullen de deur uit zijn.

Tenzij je een soort goochelaar bent die zijn bedrijf op 31 december verkoopt en op 1 januari weer terugkoopt, maar dat is waarschijnlijk buiten het bereik van dit gesprek. Denk eraan als een spelletje: zodra je het bord hebt verlaten, mag je niet meer meedoen met de dobbelstenen.

Strategie is koning (of koningin): Koop dus je zakelijke speeltjes liefst aan het einde van het jaar. Dan pak je nog die heerlijke volle jaarafschrijving mee. En verkoop je iets? Doe dat dan bij voorkeur aan het begin van het jaar. Zo maximaliseer je je afschrijvingsmogelijkheden, als een slimme vos die de wortel net op tijd uit de grond trekt.

  • Jaar van aankoop: Volle bak afschrijven, ongeacht de datum.
  • Jaar van verkoop: Niks te doen, de fiscus is hier de strenge butler die de deur dichttrekt.
  • Slimme zet: Aankopen eind jaar, verkopen begin jaar. Dat is pas financieel management met een knipoog!

Welke notariskosten zijn aftrekbaar?

De aftrekbare notariskosten zijn: de kosten voor de hypotheekakte, kosten voor een overbruggingskrediet, inschrijvingskosten voor het Kadaster, kosten voor de hypotheekadviseur, kosten voor de taxatie ten behoeve van de financiering en het honorarium van de notaris voor de hypotheekakte.

Eind mei 2022. De sleutels van ons nieuwe huis in Vleuten, aan de Ridderspoorweg, lagen bijna binnen handbereik. Maar eerst moest alles bij de notaris getekend. Man, wat een stapel papierwerk. Ik zat daar, in die wat benauwde spreekkamer bij Notariskantoor Pietersen, met de geur van oude koffie en klamme papieren. Mijn hand beefde lichtjes toen ik mijn handtekening zette onder die hypotheekakte. Ik voelde me zó opgelucht, maar ook verward.

De dagen erna was de adrenaline wat gezakt, en toen kwam de belastingaangifte. Ik zat met mijn financieel adviseur, Bas, aan de keukentafel. Hij keek over mijn schouder mee en zei doodleuk: "Oh ja, vergeet je die notariskosten niet? Die zijn gewoon aftrekbaar." Ik staarde hem aan. Echt? Niemand had me dat eerder zo expliciet verteld. Een golf van frustratie spoelde over me heen, en direct daarna kwam er hoop op.

Hij somde op, en ik noteerde direct in mijn kladblok. Die dingen die we hadden betaald, waren niet allemaal weggegooid geld. Het gaf echt een kick om te weten dat je slim bezig bent, al voelde ik me eerst wel dom dat ik het niet wist. Zo veel papier, zo veel info.

Hier is wat ik allemaal kon aftrekken dat jaar:

  • De kosten voor de hypotheekakte zelf. Dat was een flinke post, en ik voelde de opluchting toen Bas die noemde.
  • De inschrijvingskosten voor het Kadaster. Dat had ik totaal gemist, maar hoorde er dus gewoon bij. De administratie voor het vastleggen van de koop.
  • De kosten voor mijn hypotheekadviseur. Bas, de held van de dag! Zijn tarief telde dus mee.

Het was veel. Ook de kosten voor de taxatie van de woning konden eraf. Dat rapport moest er komen voor de bank, dus ja, logisch eigenlijk. En het honorarium van de notaris voor de hypotheekakte? Jazeker, ook dat. Ik dacht altijd dat alles aan de notaris vaststond, maar er zijn dus verschillen.

Ik moest denken aan die avond ervoor, toen ik met mijn vriendin probeerde de stapel facturen te ontcijferen. We hadden geen idee welke van die posten nu echt meetelden voor de belasting. Die onzekerheid was echt balen. Nu ik dit weet, voel ik me een stuk wijzer. Het is alsof je een geheim deelt dat iedereen zou moeten kennen. Dat was een overwinning. En die belastingteruggave kwam goed uit voor die extra lampen die we wilden.

Wat niet aftrekbaar was, en dat is goed om te weten:

  • De aankoopsom van de woning
  • De overdrachtsbelasting
  • De makelaarskosten voor de aankoop
  • De notariskosten voor de leveringsakte (het document dat je eigenaar maakt van het huis)
  • Advieskosten voor je persoonlijke financiële situatie (als het niet specifiek om de hypotheek ging)

Het draait echt om de kosten die direct verband houden met het verkrijgen van de hypotheek. Dat is het belangrijkste onderscheid. Denk daar echt aan als je de volgende keer die aangifte invult. Het kan je echt veel opleveren. Die ervaring in Vleuten heeft me echt geleerd om secuurder te zijn met alle papieren rondom een huis. Altijd alles bewaren en dubbelchecken. Je weet maar nooit waar een meevaller vandaan komt.

Kan je terreinen afschrijven?

Terreinen afschrijven is onmogelijk. Grond slijt niet. De fiscus is daar onverbiddelijk in. Een gebouw vergaat, grond blijft. Geen discussie.

De kosten zijn een ander spel.

  • Aftrekbaar: Aankoopkosten, zoals registratierechten en notariskosten, trek je af. Dat is de regel.
  • Professioneel gebruik: De aftrek is strikt gelinkt aan je zakelijke activiteit. Geen millimeter privéterrein telt mee.

Vergis je niet in de details.

  • Gebouw vs. Grond: Een gebouw schrijf je af. De grond eronder niet. De splitsing in de aankoopakte is cruciaal.
  • Aanleg: Een oprit, omheining of parking? Die zaken zijn wél afschrijfbaar. Ze zijn geen pure grond.

Kan je afschrijven op grond?

Grond? Ja hoor, daar mag je dus mooi je zakken mee vullen, maar niet met afschrijven. Dat is net zoiets als proberen te schilderen op een leeg vel papier; er is gewoon geen slijtage te bespeuren, geen verroeste scharnieren, niks. De gemeente heeft het recht om de grond te blijven waarderen, ook al staat er een gammele hut op.

De panden er bovenop daarentegen, die zijn net zo vergankelijk als de meeste relaties na het derde jaar. 30 tot 50 jaar, dat is ongeveer de levensloop van zo'n gebouw voordat het krakkemikkig begint te worden. Denk aan een oude roestige fiets; die gaat ook niet eeuwig mee.

En dan hebben we nog die magische restwaarde. Dat is het bedrag dat zo'n afgetakeld pand nog waard is aan het eind van zijn Latijn. Zie het als de laatste euro die je uit een oude broekzak haalt voordat je 'm in de was gooit. Best belangrijk, want dat bepaalt hoeveel je uiteindelijk mag afschrijven.

Kan ik een pand afschrijven als de bodemwaarde bereikt is?

Nee, zodra de bodemwaarde is bereikt, stopt de afschrijving onmiddellijk. U kunt de boekwaarde van het pand niet verder verlagen via de reguliere afschrijving.

Sinds 2024 is de bodemwaarde voor alle bedrijfspanden vastgesteld op 100% van de WOZ-waarde. Dit is een aanzienlijke verandering, want voorheen was de bodemwaarde voor een pand in eigen gebruik slechts 50% van de WOZ-waarde. De overheid heeft dit gelijkgetrokken, wat de fiscale speelruimte beperkt.

Het is een fascinerende dans tussen de economische slijtage van een gebouw en de fiscale realiteit die de overheid oplegt. De WOZ-waarde is immers een schatting, een momentopname, die nu een harde grens vormt voor een jarenlang boekhoudkundig proces.

De kern van de zaak is dit:

  • Bodemwaarde = WOZ-waarde: Simpel en helder. De fiscus koppelt de boekwaarde nu direct aan een marktwaarde-indicatie. Dit is de nieuwe realiteit voor vastgoedinvesteerders en ondernemers.
  • Afschrijving stopt: Is de boekwaarde van uw pand gelijk aan of lager dan de meest recente WOZ-waarde? Dan kunt u dat jaar niet meer afschrijven. Pech gehad.
  • Overgangsregeling: Voor gebouwen die voor 1 januari 2024 in gebruik zijn genomen en waarop nog geen drie jaar is afgeschreven, mag u de oude, ruimere regels nog toepassen. Een klein cadeautje van de Belastingdienst.

Vergeet ook niet dat de grond waarop het pand staat, niet afschrijfbaar is. De afschrijving betreft puur de opstal. De waarde van de grond moet u dus isoleren van de totale aankoopwaarde alvorens u de afschrijving berekent. Dit is een detail waar het vaak fout gaat.

Dit hele mechanisme zorgt ervoor dat de papieren waarde niet te ver afdwaalt van de werkelijkheid. Ik had dit laatst nog met een kantoorpand in Almere, waar de WOZ-waarde plotseling flink steeg, en de afschrijvingsruimte direct verdampte. De waarde op de balans stopt dan met dalen.