Wat zijn voorbeelden van zwakke werkwoorden?

25 weergaven
Zwakke werkwoorden, ook wel regelmatige werkwoorden genoemd, krijgen in de verleden tijd een -de of -te uitgang. Voorbeelden zijn werken (werkte), kleien (kleide) en reizen (reisde). Het voltooid deelwoord ontstaat door ge + stam + -d of -t.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Wat zijn voorbeelden van zwakke werkwoorden?

Zwakke werkwoorden, ook wel regelmatige werkwoorden genoemd, zijn werkwoorden die in de verleden tijd een -de of -te uitgang krijgen. In het voltooid deelwoord krijgen ze een ge-prefix en een -d of -t uitgang.

Voorbeelden van zwakke werkwoorden zijn:

  • Werken (werkte, gewerkt)
  • Kleien (kleide, gekleid)
  • Reizen (reisde, gereisd)
  • Helpen (hielp, geholpen)
  • Spelen (speelde, gespeeld)
  • Denken (dacht, gedacht)
  • Kijken (keek, gekeken)
  • Zingen (zong, gezongen)
  • Lopen (liep, gelopen)
  • Kopen (kocht, gekocht)

Zwakke werkwoorden zijn gemakkelijk te vervoegen omdat ze een consistent patroon volgen. Dit maakt ze ideaal voor beginners die Nederlands leren.