Wat zijn regelmatige werkwoorden?

39 weergaven
Regelmatige werkwoorden herkennen we aan hun verleden tijd, die identiek is aan de stam van de tegenwoordige tijd. De stam is de basisvorm van het werkwoord, verkregen door de infinitiefuitgang weg te laten.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Regelmatige werkwoorden: herkenning en vervoeging

In de Nederlandse taal worden werkwoorden onderverdeeld in twee categorieën: regelmatige en onregelmatige werkwoorden. Regelmatige werkwoorden kenmerken zich door vaste regels bij de vervoeging, waardoor ze eenvoudig te herkennen en vervoegen zijn.

Herkenning van regelmatige werkwoorden

Regelmatige werkwoorden zijn te herkennen aan hun verleden tijd, die identiek is aan de stam van de tegenwoordige tijd. De stam verkrijg je door de infinitiefuitgang (-en) van het werkwoord af te halen.

Voorbeelden:

Tegenwoordige tijd Stam Verleden tijd
lopen lop liep
praten praat praatte
spelen speel speelde

Vervoeging van regelmatige werkwoorden

Regelmatige werkwoorden worden volgens onderstaande regels vervoegd:

Tegenwoordige tijd:

  • ik + stam
  • jij/u + stam + t
  • hij/zij/het + stam + t

Voorbeelden:

  • ik loop
  • jij loopt
  • hij/zij/het loopt

Verleden tijd:

  • ik + stam + te
  • jij/u + stam + te + n
  • hij/zij/het + stam + te

Voorbeelden:

  • ik liep
  • jij liepte
  • hij/zij/het liepte

Voltooid deelwoord:

  • ge + stam + t

Voorbeelden:

  • gelopen
  • gepraat
  • gespeeld

Let op:

  • In de tweede persoon enkelvoud (jij) en meervoud (jullie) wordt een t aan de stam toegevoegd.
  • In de derde persoon enkelvoud (hij/zij/het) wordt in de tegenwoordige tijd een t aan de stam toegevoegd.
  • In de verleden tijd wordt in alle persoonsvormen een te aan de stam toegevoegd.
  • Voor het vormen van het voltooid deelwoord wordt een ge voor de stam geplaatst en een t aan het einde toegevoegd.

Door deze regels te kennen, kun je alle regelmatige werkwoorden eenvoudig vervoegen en herkennen in teksten.