Wat is een regelmatig werkwoord en wat is een voorbeeld?

121 weergaven
Regelmatige werkwoorden, ook wel zwakke werkwoorden genoemd, volgen een voorspelbaar patroon in de verleden tijd en het voltooid deelwoord. Ze krijgen een -te(n) of -de(n) uitgang in de verleden tijd en een ge- prefix met een -t of -d uitgang in het voltooid deelwoord, zoals bij werken - werkte - gewerkt.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Regelmatige Werkwoorden in het Nederlands

Werkwoorden zijn woorden die een handeling of gebeurtenis uitdrukken. In het Nederlands worden werkwoorden onderverdeeld in twee hoofdgroepen: regelmatige en onregelmatige werkwoorden.

Regelmatige Werkwoorden

Regelmatige werkwoorden, ook wel zwakke werkwoorden genoemd, volgen een voorspelbaar patroon in de verleden tijd en het voltooid deelwoord. Ze krijgen de volgende uitgangen:

Verleden Tijd:

  • -te(n) voor werkwoorden die eindigen op een stemhebbende medeklinker (bijv. b, g, v)
  • -de(n) voor werkwoorden die eindigen op een stemloze medeklinker (bijv. t, p, f)

Voltooid Deelwoord:

  • ge- prefix + -t of -d uitgang

Voorbeeld:

  • Werkwoord: werken
  • Verleden Tijd: werkte
  • Voltooid Deelwoord: gewerkt

Nog meer voorbeelden:

  • Lopen - liep - gelopen
  • Lezen - las - gelezen
  • Kijken - keek - gekeken
  • Praten - praatte - gepraat

Belangrijk om te onthouden:

  • De uitgang -ten wordt gebruikt voor werkwoorden die eindigen op -len (bijv. spelen - speelde - gespeeld).
  • Werkwoorden die eindigen op een -e krijgen alleen een -te(n) uitgang in de verleden tijd (bijv. leven - leefde).