Wat is een hulpwerkwoord groep 6?

32 weergaven
Hulpwerkwoorden in groep 6: 'zijn', 'hebben', 'worden', 'kunnen', 'mogen', 'moeten', 'zullen', 'wille', 'gaan'. Deze werkwoorden staan voor het hoofdwerkwoord en geven extra informatie over tijd, mogelijkheid, noodzaak etc. Voorbeelden: Ik ben gegaan. Zij zal komen. Hij kan zwemmen. Let op de combinatie met een voltooid deelwoord (gegaan) of infinitief (komen, zwemmen).
Reactie 0 vind-ik-leuks

Hulpwerkwoorden groep 6?

Hulpwerkwoorden in groep 6? Pff, lastig hoor. Ik herinner me dat we die in 2014, op de basisschool De Regenboog in Utrecht, doornamen. 'Zijn', 'hebben', 'worden'… dat soort werkwoorden.

We oefenden ermee, zinnen maken. Kostte me toen echt moeite. Grammatica vond ik altijd al een drama.

Denk aan zinnen als "Ik heb gespeeld" of "Hij is gevallen". De juf, mevrouw Jansen, legde het uit met plaatjes. Helpt wel, zo'n visuele aanpak.

Maar echt snappen deed ik het pas later, toen ik Engels leerde. De Engelse equivalenten, 'to be', 'to have', 'to do', maakten het ineens duidelijker. Raar eigenlijk.

Dus ja, groep 6, hulpwerkwoorden... een flinke uitdaging, voor mij dan toch.

Wat is een hulpwerkwoord in kindertaal?

Een hulpwerkwoord... zo'n raar woord, hè? Als een schaduw van een werkwoord. Het doet zelf niet zoveel, maar maakt andere werkwoorden sterker. Het geeft er extra betekenis aan.

  • Het helpt het echte werkwoord.
  • Zoals zal, kan, moet, zou. Die kleine woordjes... ze geven de tijd of het gevoel weer, of zo.

Denk aan "Ik zal springen." "Springen" is het hoofdwerkwoord, het echte ding. Maar "zal" maakt het onzekerder, een beetje voorzichtiger. Een voorspelling misschien.

Vandaag is het... lastig. Mijn dochter vroeg me dat. Ze is zes. Ik heb haar uitgelegd dat het een beetje is zoals... een helper. Een vriendje voor het echte werkwoord. Maar ze keek me zo aan... ik wist niet of ze het begreep.

Zoals in:

  • "Ik ga slapen." Ga is de helper, slapen is het werk.
  • "Hij heeft gegeten." Heeft is de hulp.
  • "Zij wordt moe." Ook wordt helpt hier.

Het is raar. Kindentaal... het is soms makkelijker, en soms zo verwarrend. Het is complexer dan je denkt. Ik denk dat ik haar morgen nog een voorbeeld laat zien. Misschien met blokken? Het is moelijk uit te leggen aan een kind van zes. Het voelt zo... onvolledig.