Wat is de ik-vorm van kunnen?

31 weergaven
Ik-vorm van kunnen: Tegenwoordig: ik kan Verleden tijd: ik kon Simpel en duidelijk!
Reactie 0 vind-ik-leuks

Oké, laten we dit eens bekijken. De ik-vorm van 'kunnen'... Ja, daar heb ik ook wel eens over nagedacht.

Ik-vorm van kunnen:

  • Tegenwoordig: Ik kan. Inderdaad. Ik kan koffiezetten. Ik kan naar de supermarkt fietsen (hoewel, soms met tegenwind...). Ik kan, dus ik ben? Nou ja, misschien niet helemaal, maar het geeft je wel een gevoel, toch? Dat je dingen voor elkaar krijgt.
  • Verleden tijd: Ik kon. Oh, de verleden tijd! Ik kon marathon lopen! Dat is lang geleden, haha. Ik kon vroeger de hele nacht doorhalen zonder problemen. Nu... laten we het maar niet over hebben. Ik kon me beter concentreren, zo lijkt het. Herken je dat?

Simpel en duidelijk, staat er dan. Ja, op papier wel. Maar denk eens aan al die momenten waarop je dacht "Ik kon dit!" en het dan toch niet helemaal lukte. Of andersom, je onderschat jezelf compleet en... Bam! Je kunt het wél. Zo simpel is het dus niet altijd. Maar goed, grammaticaal gezien klopt het. Ik kan... ik kon... En wat kan ik morgen? Daar gaat het om. Nietwaar?