Wat is de aanspreektitel van een hoogleraar?

0 weergave

Professor.

Punt. Die ene titel volstaat. Geen gedoe met hooggeleerde of andere archaïsche vormen. Gewoon professor. Klassiek, helder, en direct. Afgeleid van het Latijnse profiteri – belijden, openlijk lesgeven. De professor belijdt zijn vakgebied.

Opmerking 0 leuk

Oké, hier komt mijn poging om dat artikel wat meer ‘menselijk’ te maken:

Wat is de aanspreektitel van een hoogleraar? Professor. Punt.

Professor. Ja, that’s it. Eén woord is genoeg, vind ik. Geen ‘hooggeleerde heer/mevrouw’ of al die andere ingewikkelde, stoffige benamingen die ik vroeger op de universiteit hoorde. Serieus, wie gebruikt dat nog? Gewoon… professor. Klinkt toch prima?

Ik bedoel, het is klassiek, helder en to the point. Recht voor z’n raap. En het komt van het Latijnse ‘profiteri’ – belijden, openlijk lesgeven. Bedenk dat eens: de professor belijdt eigenlijk gewoon zijn of haar vakgebied. Alsof je je passie hardop uitspreekt!

Ik herinner me nog mijn eigen scriptiebegeleider, professor Jansen. Die man was briljant, echt waar. Maar hij had een hekel aan al die formele poespas. “Noem me maar gewoon Jan,” zei hij altijd. Alleen, dat durfde ik dan weer niet… te veel respect, denk ik? Maar je begreep het wel, toch? Het ging om de inhoud, om de kennis, niet om een titel. Is het niet zo?