Hoe weet je of een woord sterk of zwak is?
Hoe bepaal je de kracht van een woord?
Zoek je de kracht van een woord? Kijk naar de verbuiging!
Vroeger, op school in Amsterdam (rond 2008), leerde ik dat sterke werkwoorden hun stam veranderen. Lopen naar liep bijvoorbeeld. Zwakke werkwoorden? Die blijven hetzelfde. Wassen blijft wassen, ongeacht de tijd. Simpel toch?
Het klonk toen logisch, die regel. Ik snapte het meteen. Sterke werkwoorden: power! Zwakke: nee.
Maar… er zijn uitzonderingen. Dat was minder duidelijk. De grammatica is niet altijd even rechtlijnig. Dat leer je pas later. Mijn leraar, mevrouw De Vries, legde het goed uit, maar de nuancering miste ik toen.
Hoe weet je of het een sterk of zwak werkwoord is in het Duits?
Sterk of zwak werkwoord? Check de verleden tijd! Verandert de klinker? Sterk! Blijft ie hetzelfde? Zwak! Simpel als wat. Denk aan zingen (zong) versus maken (maakte). Bij zwakke werkwoorden plak je ge- en -t aan de stam, klaar is Kees. Soms een extra e tussen stam en -t als het woord anders onuitspreekbaar wordt, net als een extra kussentje op een houten stoel. Stel je voor, gearbeit, klinkt alsof je een gebit probeert schoon te maken met schuurpapier. Dus wordt het gearbeitet, veel beter!
Zwakke werkwoorden:
- Plak ge- voor de stam. Zo makkelijk als een boterham smeren.
- Stam + -t. Of stam + -et als het nodig is voor de uitspraak. Net als mayonaise op die boterham.
Sterke werkwoorden: Die zijn lastiger, die moet je gewoon uit je hoofd leren. O, oh! denk je nu. Ja, helaas pindakaas. Maar geen nood, het zijn er niet miljoenen.
Dus, de check: Klinker verandering in de verleden tijd? Sterk! Geen verandering? Zwak! En vergeet die extra e niet als het te ingewikkeld wordt om uit te spreken, je tong zal je dankbaar zijn!
Wat is de infinitief van een werkwoord in het Duits?
De infinitief... in het Duits... altijd 'n beetje lastig gevonden, midden in de nacht. Het is die basisvorm, ja. Die je in het woordenboek ziet staan. Net als... slapen. Of dromen.
Denk aan machen... maken. Of sehen... zien. Bijna altijd eindigen ze op -en. Dat -en... het zit er zo ingesleten. Van kinds af aan. Die eindeloze rijtjes werkwoorden leren. Op school. Met m'n vader... die altijd zei dat ik beter m'n best moest doen.
Maar soms... zijn er uitzonderingen. Sein bijvoorbeeld. Zijn. Of tun. Doen. Die vallen erbuiten. Net als gehen... gaan. En weet je... daar lig ik dan wakker van. Die paar werkwoorden die niet in het rijtje passen. Die -en... die er niet is.
- Meestal -en
- Uitzonderingen: sein, tun, gehen.
Het voelt... onvolledig. Als een puzzelstukje dat mist. En dan die dromen... over vervoegingen. Overal werkwoorden. Die me achtervolgen. En ik... ik kan ze niet eens goed vervoegen in mijn slaap.
- Welke laptop voor studie rechten?
- Is alleen fruit als ontbijt goed?
- Wat gebeurt er als u ziek wordt tijdens uw vakantie?
- Is Bedrijfskunde een makkelijke opleiding?
- Welke studies met een ng-profiel?
- Welke banen kun je krijgen met C&M?
- Wat gebeurt er als je een ei in de magnetron doet?
- Wat mis je als vegetariër?
- Welke richting moet je volgen om architect te worden?
- Welke opleiding moet je hebben voor architect?
Reageer op het antwoord:
Bedankt voor je feedback! Je reactie helpt ons enorm om de antwoorden in de toekomst te verbeteren.