Hoe vervoeg je ir-werkwoorden?

43 weergaven
Om ir-werkwoorden te vervoegen, verwijder je de -ir uitgang en voeg de juiste persoons- en tijdsuitgang toe aan de stam. Voorbeelden hiervan zijn: -is, -it, -issons, -irez, -iront. De juiste uitgang hangt af van de persoon en tijd.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Hoe vervoeg je Franse ir-werkwoorden?

Ir-werkwoorden zijn een veelvoorkomende groep werkwoorden in het Frans. Ze worden gekenmerkt door de uitgang -ir. Om deze werkwoorden te vervoegen, volg je de onderstaande stappen:

  1. Verwijder de -ir uitgang
  2. Voeg de juiste persoons- en tijdsuitgang toe aan de stam

Persoons- en tijduitgangen voor ir-werkwoorden:

Persoon Huidige tijd Onvoltooid verleden tijd Voltooid verleden tijd Toekomstige tijd
ik -is -issais -is -irai
jij -is -issais -is -iras
hij/zij/het -it -issait -it -ira
wij -issons -issions -îmes -irons
jullie -issez -issiez -îtes -irez
zij -issent -issaient -irent -iront

Voorbeelden van vervoegingen:

  • parler (spreken)

    • ik spreek: je parle
    • jij spreekt: tu parles
    • hij/zij/het spreekt: il/elle/on parle
    • wij spreken: nous parlons
    • jullie spreken: vous parlez
    • zij spreken: ils/elles parlent
  • finir (afmaken)

    • ik maak af: je finis
    • jij maakt af: tu finis
    • hij/zij/het maakt af: il/elle/on finit
    • wij maken af: nous finissons
    • jullie maken af: vous finissez
    • zij maken af: ils/elles finissent

Tips:

  • De stam is wat overblijft van het werkwoord nadat je de -ir uitgang hebt verwijderd.
  • Zorg ervoor dat je de juiste uitgang kiest op basis van de persoon en tijd waarin je het werkwoord vervoegt.
  • Oefening baart kunst! Hoe meer je vervoegt, hoe makkelijker het wordt.