Hoe moet je avoir vervoegen?

56 weergaven
De vervoeging van avoir in het Frans. Het presenteel omvat Jai (ik heb), tu as (jij hebt), il/elle/on a (hij/zij/men heeft). Het futur is bijvoorbeeld jaurai (ik zal hebben). Het passé composé is jai eu (ik heb gehad).
Reactie 0 vind-ik-leuks

De vervoeging van het werkwoord avoir in het Frans

Het werkwoord avoir, dat "hebben" betekent, is een van de belangrijkste werkwoorden in het Frans. Het wordt gebruikt om bezit aan te duiden, een toestand uit te drukken en om tijden te vormen van andere werkwoorden.

Tegenwoordige tijd (présent)

  • j'ai (ik heb)
  • tu as (jij hebt)
  • il/elle/on a (hij/zij/men heeft)
  • nous avons (wij hebben)
  • vous avez (jullie hebben)
  • ils/elles ont (zij hebben)

Toekomende tijd (futur simple)

  • j'aurai (ik zal hebben)
  • tu auras (jij zult hebben)
  • il/elle/on aura (hij/zij/men zal hebben)
  • nous aurons (wij zullen hebben)
  • vous aurez (jullie zullen hebben)
  • ils/elles auront (zij zullen hebben)

Verleden tijd (passé composé)

  • j'ai eu (ik heb gehad)
  • tu as eu (jij hebt gehad)
  • il/elle/on a eu (hij/zij/men heeft gehad)
  • nous avons eu (wij hebben gehad)
  • vous avez eu (jullie hebben gehad)
  • ils/elles ont eu (zij hebben gehad)

Onvoltooide verleden tijd (imparfait)

  • j'avais (ik had)
  • tu avais (jij had)
  • il/elle/on avait (hij/zij/men had)
  • nous avions (wij hadden)
  • vous aviez (jullie hadden)
  • ils/elles avaient (zij hadden)

Plusquamperfectum (plus-que-parfait)

  • j'avais eu (ik had gehad)
  • tu avais eu (jij had gehad)
  • il/elle/on avait eu (hij/zij/men had gehad)
  • nous avions eu (wij hadden gehad)
  • vous aviez eu (jullie hadden gehad)
  • ils/elles avaient eu (zij hadden gehad)

Toekomende voltooide tijd (futur antérieur)

  • j'aurai eu (ik zal hebben gehad)
  • tu auras eu (jij zult hebben gehad)
  • il/elle/on aura eu (hij/zij/men zal hebben gehad)
  • nous aurons eu (wij zullen hebben gehad)
  • vous aurez eu (jullie zullen hebben gehad)
  • ils/elles auront eu (zij zullen hebben gehad)

Voorwaardelijke wijs (conditionnel présent)

  • j'aurais (ik zou hebben)
  • tu aurais (jij zou hebben)
  • il/elle/on aurait (hij/zij/men zou hebben)
  • nous aurions (wij zouden hebben)
  • vous auriez (jullie zouden hebben)
  • ils/elles auraient (zij zouden hebben)

Voorwaardelijke wijs (conditionnel passé)

  • j'aurais eu (ik zou hebben gehad)
  • tu aurais eu (jij zou hebben gehad)
  • il/elle/on aurait eu (hij/zij/men zou hebben gehad)
  • nous aurions eu (wij zouden hebben gehad)
  • vous auriez eu (jullie zouden hebben gehad)
  • ils/elles auraient eu (zij zouden hebben gehad)

Aanvoegende wijs (subjonctif présent)

  • que j'aie (dat ik heb)
  • que tu aies (dat jij hebt)
  • qu'il/elle/on ait (dat hij/zij/men heeft)
  • que nous ayons (dat wij hebben)
  • que vous ayez (dat jullie hebben)
  • qu'ils/elles aient (dat zij hebben)

Aanvoegende wijs (subjonctif imparfait)

  • que j'eusse (dat ik zou hebben)
  • que tu eusses (dat jij zou hebben)
  • qu'il/elle/on eût (dat hij/zij/men zou hebben)
  • que nous eussions (dat wij zouden hebben)
  • que vous eussiez (dat jullie zouden hebben)
  • qu'ils/elles eussent (dat zij zouden hebben)

Door de vervoegingen van avoir te beheersen, kun je effectief communiceren in het Frans en een breed scala aan ideeën en gedachten uitdrukken.