Hoe beschrijft u onderwijskundige doelen?

14 weergave
Onderwijskundige doelen definiëren wat studenten na een leertraject moeten kennen, kunnen en begrijpen. Ze beschrijven concrete, meetbare resultaten en zijn gericht op cognitieve, psychomotorische en affectieve leerprocessen. Duidelijke doelen sturen het onderwijs en maken de evaluatie van leerresultaten mogelijk.
Opmerking 0 leuk

Onderwijskundige doelen: De kompasnaald van effectief leren

Onderwijskundige doelen vormen de essentie van elk succesvol leertraject. Ze zijn de kompasnaald die docenten en studenten richting geven, en zorgen ervoor dat iedereen weet waar de reis naartoe leidt. Meer dan alleen een vaag idee van wat studenten zouden moeten leren, definiëren onderwijskundige doelen concrete, meetbare resultaten die de verwachte leerwinst helder omschrijven. Dit artikel duikt dieper in het formuleren en begrijpen van deze cruciale elementen van effectief onderwijs.

In tegenstelling tot algemene leerdoelen, die vaak breed en vaag zijn (“Studenten begrijpen de Tweede Wereldoorlog”), specificeren onderwijskundige doelen precies wat studenten moeten kennen, kunnen en begrijpen aan het einde van een les, module of cursus. Deze specificiteit is essentieel voor zowel het lesgeven als de evaluatie. Een goed geformuleerd onderwijskundig doel laat geen ruimte voor interpretatie.

De drie domeinen van leren:

Onderwijskundige doelen richten zich op drie belangrijke domeinen van leren:

  • Cognitief: Dit domein omvat mentale processen zoals kennis, begrip, toepassing, analyse, synthese en evaluatie. Voorbeelden van cognitieve doelen zijn: “Studenten kunnen de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog analyseren” of “Studenten kunnen een essay schrijven waarin ze de argumenten voor en tegen kernenergie vergelijken”.

  • Psychomotorisch: Dit domein concentreert zich op fysieke vaardigheden en handelingen. Voorbeelden zijn: “Studenten kunnen een fiets repareren” of “Studenten kunnen een schilderij in aquareltechniek maken”. Deze doelen vereisen vaak praktische oefening en feedback.

  • Affectief: Dit domein richt zich op attitudes, waarden, emoties en appreciatie. Voorbeelden van affectieve doelen zijn: “Studenten kunnen hun mening over duurzaamheid verwoorden” of “Studenten ontwikkelen respect voor verschillende culturen”. Deze doelen zijn vaak moeilijker te meten dan cognitieve of psychomotorische doelen.

Het SMART-principe:

Om ervoor te zorgen dat onderwijskundige doelen effectief zijn, is het handig om het SMART-principe te gebruiken:

  • Specifiek: Het doel moet duidelijk en ondubbelzinnig geformuleerd zijn.
  • Meetbaar: Het moet mogelijk zijn om te meten of het doel bereikt is. Dit kan door middel van toetsen, presentaties, portfolio’s, observaties, etc.
  • Acceptabel: Het doel moet acceptabel zijn voor zowel de docent als de student.
  • Realistich: Het doel moet haalbaar zijn binnen de gegeven tijd en middelen.
  • Tijdsgebonden: Het doel moet een duidelijke deadline hebben.

Voorbeeld:

In plaats van het vage doel “Studenten begrijpen fotosynthese”, zou een SMART onderwijskundig doel kunnen zijn: “Aan het einde van deze les kunnen studenten in een korte schriftelijke test (meetbaar) 8 van de 10 vragen (specifiek) correct beantwoorden over de processen en producten van fotosynthese (specifiek), en daarbij de juiste terminologie gebruiken (specifiek). (Tijdsgebonden: einde van de les).”

Goed geformuleerde onderwijskundige doelen zijn essentieel voor het succesvol ontwerpen en uitvoeren van een leertraject. Ze zorgen voor duidelijkheid, sturen het leerproces en maken een objectieve evaluatie van de leerresultaten mogelijk. Door het SMART-principe te volgen en de drie domeinen van leren in acht te nemen, kunnen docenten effectieve en meetbare doelen formuleren die leiden tot een optimale leerervaring voor hun studenten.