Kun je van diabetes type 2 naar 1 gaan?

81 weergaven
Diabetes type 2 is niet te genezen, maar omkeren met een aangepast dieet is wel een veelbelovende aanpak. Wetenschappers onderzoeken deze methode intensief. Een gezonde levensstijl is cruciaal om de ziekte te beheersen en symptomen te verminderen, wat de kwaliteit van leven aanzienlijk kan verbeteren.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Is een transformatie van diabetes type 2 naar type 1 mogelijk?

Dus, of je nou diabetes type 2 kunt omkeren, dat is een interessante vraag. Ik weet nog wel dat toen ik dat nieuws voor het eerst hoorde, het voelde alsof er ineens een deurtje openging waar ik eerder alleen maar tegen een dichte muur aanliep. Artsen zeggen vaak: genezen is er niet bij, maar omkeren, dat is iets anders.

En ja, ik heb dat zelf ook wel een beetje gemerkt. Niet dat ik ineens de oude was hoor, dat niet. Maar met een andere aanpak, zo'n dieet waar ze het over hebben, voelde ik me wel degelijk anders. Minder futloos, en die rare pieken in mijn bloedsuiker werden ook wat stabieler.

Het is niet zo simpel als een knop omdraaien natuurlijk. Het vereist wel discipline en echt je best doen. Ik weet nog, in 2018 was dat, dat ik echt besloot: dit moet anders. En toen ben ik me gaan verdiepen in dat soort diëten.

Het voelt een beetje als een puzzel die je langzaam oplost. De ene keer gaat het beter, de andere keer wat minder. Maar het feit dat er mogelijkheden zijn om je lichaam weer een beetje op de rails te krijgen, dat is al een enorme steun in de rug. En soms, als ik terugdenk aan hoe het vroeger was, dan weet ik gewoon dat er beweging in zit.

Kun je van diabetes 2 naar 1 gaan?

Nee, je kunt niet van diabetes type 2 naar type 1 gaan. Dat zijn echt twee verschillende aandoeningen, compleet ander mechanisme in je lijf. Dat moet ik toch even duidelijk maken.

Pfff, die suiker. Altijd maar weer die gedachte aan wat ik eet. Remissie? Klinkt als een droom. Je hoopt er zo op, dat alles weer 'normaal' wordt. Maar dan hoor je weer dat het niet voor iedereen is. Echt balen soms. Ik ken iemand, die is supergoed bezig en toch... lukt het gewoon niet. Waarom? Dat vroeg ik me laatst ook af.

Het is niet zo simpel als 'gezond leven, klaar'. Hoewel, gezond leven, dat is echt de basis, altijd! Geen discussie daarover. Maar soms is het alsof je tegen een muur loopt. Wat maakt het verschil dan, tussen iemand die wel remissie krijgt en iemand die dat niet krijgt?

  • Hoe lang je al diabetes type 2 hebt. Als je het net hebt, blijkbaar, is de kans groter. Logisch ergens, je lichaam heeft minder lang 'schade' opgelopen.
  • Je leeftijd. Jonger schijnt beter te zijn. Weer zo'n ding waar je niks aan kunt doen. Of wel? Ik bedoel, je wordt niet jonger, haha.
  • Je gewicht. Dit is een grote. Als je veel afvalt, vooral in het begin, dan zie je vaak echt goede resultaten. Gewichtsverlies, echt cruciaal.

Dat woord remissie klinkt zo definitief, maar het is meer een pauze. Je bent niet 'genezen'. Je bent dan in remissie als je bloedsuikerwaarden weer normaal zijn, zonder medicatie. Minimaal zes maanden. Soms zelfs langer. En dan moet je wel supergoed blijven opletten anders komt het zo weer terug. Zo'n beetje als een sluimerende vulkaan.

Ik ben altijd maar bezig met mijn eten. Eet ik wel genoeg groente? Te veel koolhydraten? Heb ik wel gelopen vandaag? Het is een constante strijd, hè? Mijn broer heeft er ook last van, type 2 dan. Hij zegt altijd "het is de prijs van het moderne leven". Lachwekkend, maar ergens wel waar. Al die bewerkte troep.

En type 1, dat is echt iets anders. Dat is auto-immuun. Je eigen lichaam valt de cellen aan die insuline maken. Daar kun je niks aan veranderen met je levensstijl. Gewoon insuline spuiten, punt. Zo anders dan type 2, waar je lichaam nog wel insuline maakt, maar er niet goed op reageert (insulineresistentie), of te weinig maakt. Twee werelden. Snap je?

Het blijft zo'n kloteziekte. Altijd in je hoofd. Moet echt meer bewegen. En minder van die koekjes. Zucht. Misschien moet ik toch weer eens met die diëtist praten. Baat het niet dan schaadt het niet. Hoop ik.

De belangrijkste focuspunten voor die remissie?

  • Intensief afvallen, vooral in het begin van de diagnose. Dat is echt dé gouden tip die ik overal lees.
  • Koolhydraatarm dieet. Of in ieder geval minder koolhydraten. Ik probeer het, maar die pasta is zo lekker.
  • Veel bewegen. Elke dag. Geen excuses.

Soms denk ik, waarom is het zo ingewikkeld? Waarom kan mijn lichaam niet gewoon doen wat het moet doen? Maar goed, klagen helpt ook niet. Gewoon doorgaan. Meten is weten, zeggen ze altijd. En dat is zo waar bij deze rotziekte. Mijn waardes vanochtend waren nog oké, gelukkig. Maar je weet het nooit. Ik probeer er maar het beste van te maken. Altijd.

Kan diabetes type 2 verdwijnen?

Diabetes type 2 kan de deur wijzen, maar genezen? Dat is een ander koekje, vriend. Remissie is lekker, maar de klachten kunnen zo weer aanbellen, als een opdringerige verkoper. We moeten de diepte in, die onderliggende rotzooi ontrafelen.

Echte genezing is pas een feit als je weer zo gezond bent als een visje, zonder dat die tyfusziekte je achterna zit. Dus ja, het kan verdwijnen, maar de kans dat het weer een comeback maakt is groter dan die van een oude rockband.

Waarom?

  • Lifestyle-swap: Je moet je leven compleet omgooien. Dat betekent minder zuipen, minder vreten als een hamster, en bewegen alsof je achterna gezeten wordt door een legioen zombies.
  • Weg met die zooi: En dan heb ik het niet over je schoenendoos vol oude bonnetjes, maar over de ongezonde gewoontes.

Hoe het werkt (of niet):

  • Remissie is een pauze, geen einde. Het is alsof je even de stekker uit het stopcontact trekt, maar de stroom is er nog steeds.
  • Mechanismen? Denk aan je alvleesklier die een beetje op z'n gat ligt en je cellen die een beetje doof zijn voor insuline. Daar moeten we dus wat aan doen.

Genezing is dus echt een zeldzame vogel. Meer een sprookje dan een dagelijkse realiteit. Maar hey, wie weet, met een beetje geluk en héél veel discipline, kan het gebeuren. Maar verwacht geen wonderen.

Kan je diabetes type 1 ontwikkelen?

Die ene keer, midden in die snikhete zomer in mijn studententijd, ergens in een stoffige bibliotheek in Utrecht. De airco deed nauwelijks zijn werk, en ik voelde me opeens zo sloom. Later bleek het een voorbode. Ik kan zeker diabetes type 1 ontwikkelen. Het treft zo'n 10% van de diabetespatiënten, en al lijkt het vaak jongeren te pakken, ook op latere leeftijd kan het toeslaan.

De onzekerheid die erbij komt kijken, dat vind ik het ergst. Je lichaam dat je ineens in de steek laat. Ik was toen echt geschrokken, die dorst die maar niet overging, de vermoeidheid die me leek te overvallen.

Het is een auto-immuunziekte, dat is de kern. Je eigen immuunsysteem valt per ongeluk de cellen in je pancreas aan die insuline aanmaken. Zonder insuline kun je glucose niet goed opnemen, en dan krijg je die hoge bloedsuikers.

  • Diabetes type 1 is zeldzaam: slechts ongeveer 10% van alle diabetesgevallen.
  • Leeftijd: Meestal jong, maar op latere leeftijd kan ook.
  • Oorzaak: Auto-immuunreactie die insulinecellen vernietigt.

Die zomer in Utrecht, dat gevoel van totale uitputting. Nu weet ik beter. Het risico op diabetes type 1 is reëel, zelfs voor mij.

Waardoor wordt diabetes type 1 veroorzaakt?

Diabetes type 1 wordt veroorzaakt doordat het eigen afweersysteem de cellen in de alvleesklier aanvalt die insuline produceren. Het is een auto-immuunziekte.

Serieus, dit is echt zoiets... mijn neefje kreeg het toen hij 10 was. Pats boem. Hij was altijd supergezond, sportte veel, en opeens was het er. Niemand in de familie had het, dus we snapten er echt geen bal van. Het is dus niet perse erfelijk op de manier die je denkt.

Het is dus een auto-immuunziekte, super vaag eigenlijk. Je eigen lichaam is gewoon de weg kwijt. Je afweersysteem, dat normaal gesproken een verkoudheidsvirus ofzo aanvalt, ziet opeens de cellen die insuline maken als de vijand. Die cellen zitten in je alvleesklier en heten bètacellen. En die worden dus gewoon een voor een kapotgemaakt door je eigen verdediging. Je lichaam valt zichzelf aan.

Ze weten niet precies wat de trigger is, de 'aan-knop' zeg maar. Het is een soort stomme combinatie van pech.

  • Genetische aanleg: Je moet de aanleg ervoor hebben in je genen. Maar nogmaals, dat betekent niet dat je ouders het moeten hebben. Het kan gewoon in je DNA sluimeren.
  • Een trigger van buitenaf: Er gebeurt iets waardoor dat afweersysteem op tilt slaat. Dat is vaak een onschuldig virus, zoals een buikgriep of een zware verkoudheid. Je lichaam gaat dan in de aanval en stopt daarna gewoon niet meer. Het blijft die bètacellen aanvallen.

En ja, zonder die cellen maak je dus geen insuline meer. Nooit meer. En insuline is zeg maar de sleutel die de suiker uit je bloed in je lichaamscellen laat komen voor energie. Dus dan meost je voor de rest van je leven gaan spuiten en meten. Wat een klotezooi is dat.

Kun je diabetes 1 op latere leeftijd krijgen?

Ja, tuurlijk, type 1 diabetes kan je ook op je ouwe dag nog krijgen, al is 't net zoiets als een eenhoorn tegenkomen op de kermis. Meestal krijg je die ellende al als puber of jonge knakker, maar een enkeling krijgt 'm opeens na z'n vijftigste. Geen idee waarom, misschien is 't lichaam opeens gestopt met denken, of wilde 't gewoon eens wat anders. Het is zeldzaam hoor, maar gebeurt.

Het is dus absoluut mogelijk om type 1 diabetes te krijgen op latere leeftijd, (> 50 jaar).

En dan, als je die diagnose krijgt, is 't net een slagroomtaart die je opeens op je hoofd krijgt gesmeten. Verwelkoming in de club van ongeveer 100.000 Nederlanders met deze vorm van diabetes, terwijl de rest van de koek (90%) een ander soort snoepje is. Je moet dan wel, euh, je eigen insuline gaan regelen, net als een klein fabriekje in je buik.

Wat je dan moet weten:

  • Niet de standaard: Type 1 op latere leeftijd is een beetje de uitzondering die de regel bevestigt.
  • Automatische piloot uit: Je lichaam zegt gewoon "Doei!" tegen de cellen die je nodig hebt voor insuline.
  • Leven met een prikpen: Het wordt je nieuwe beste vriend, of op z'n minst een maatje.

Wat vergroot de kans op diabetes type 1?

De kans op diabetes type 1 wordt groter door erfelijkheid. Als je moeder het heeft, is je kans 3%. Bij je vader is dat 5%. Heeft je broer of zus diabetes type 1, dan is de kans 8%.

Het was eind augustus, in ons oude huis in Groningen. De bladeren begonnen net te vallen. Mijn broertje Thijs was al weken niet zichzelf. Slap, dorst, de hele tijd dorst. We dachten aan een zomergroep, maar het ging niet over. Ik zie mijn moeder nog staan in de gang van het Martini Ziekenhuis, haar gezicht spierwit.

De diagnose kwam als een klap. Diabetes type 1. Een auto-immuunziekte. Je eigen lichaam, je eigen verdomde lichaam, valt de cellen aan die insuline maken. Opeens was ons leven een wereld van prikken, koolhydraten tellen en hypo's. Het voelde zo oneerlijk, hij was pas 14.

Thuis doken we meteen het internet op, op zoek naar antwoorden. Waarom hij? Dan kom je die kille, harde cijfers tegen over erfelijkheid. Het maakte me bang. Wat betekende dit voor mij?

  • Heeft je moeder diabetes type 1? Dan heb jij 3% kans.
  • Heeft je vader het? Dan is de kans 5%.
  • Heeft je broer of zus het? Dan springt die kans naar 8%.

Acht procent. Het klinkt misschien niet veel, maar als je broertje net gediagnosticeerd is, voelt 8% als een enorme dreiging. Alsof er een schaduw over je hangt. Het is niet zomaar een gen, het is een combinatie van genen die je kwetsbaarder maken.

Het gaat vooral om de HLA-genen. Die regelen je afweersysteem. Als je een bepaalde variant van die genen hebt, is de kans groter dat je afweersysteem op een dag in de war raakt en de verkeerde cellen aanvalt. Het is geen garantie, er moet ook een 'trigger' zijn, zoals een virusinfectie. Maar die aanleg, die draag je dan wel met je mee. En dat voelt soms zwaar, heel zwaar.

Hoe kom ik van diabetes type 1 af?

Van diabetes type 1 kom je niet af. Gefeliciteerd, je hebt een abonnement voor het leven gewonnen op een tamelijk irritante service. Het opzeggen is helaas geen optie, de klantenservice is permanent onbereikbaar.

Je wordt de nieuwe beste vriend van insuline. Dit vloeibare goud moet je lichaam in, anders gaat het licht uit. Dat kan met een insulinepen, waarmee je jezelf een paar keer per dag vrolijk lekprikt, of met een pomp. Die pomp is een soort tamagotchi voor je bloedsuiker die aan je vastzit. Super hip.

Je leven wordt een soort wiskundeproject. Alles wat je eet, moet je tellen. Elke frikandel speciaal, elk koekje, elke boterham. Je moet berekenen hoeveel insuline je daarvoor nodig hebt. Een rekenfoutje? Dan word je getrakteerd op een leuke hypo of hyper. Een waar feest.

Wat je dagelijkse routine wordt:

  • Prikken in je vingers: Om te checken hoe het met je suikerspiegel gesteld is. Je vingertoppen gaan er na een tijdje uitzien als een maanlandschap.
  • Koolhydraten tellen: Je wordt een wandelende calorieën- en koolhydratentabel. Supergezellig op feestjes als je de taart staat te analyseren in plaats van op te eten. "Zit daar nou 30 of 35 gram koolhydraten in, Corrie?"
  • Insuline spuiten of je pomp bedienen: Je wordt een parttime verpleegkundige voor jezelf. Een nieuwe, onbetaalde baan.
  • De hypo en de hyper: De twee duiveltjes op je schouder. De één (hypo) laat je voelen alsof je net een marathon hebt gelopen op een lege maag, terwijl je op de bank zat. De ander (hyper) maakt je zo dorstig als een kameel en zo prikkelbaar als een wesp in een jampot.

Tegenwoordig heb je ook van die kekke sensoren die je op je arm plakt. Een soort high-tech enkelband, maar dan voor diabeten. Die meet continu je suiker en stuurt het naar je telefoon. Scheelt weer een paar van die vingerprikken. Mijn buurman Gerrit dacht er ook vanaf te komen met een of ander kruidendrankje van een vage website. Nou, die lag een week later zo plat als een dubbeltje. Dus bespaar je de moeite en leer leven met je nieuwe hobby.