Hoe kom ik aan extra zuurstof?

17 weergaven
Uw lichaam heeft zuurstof nodig, dat via het bloed wordt getransporteerd. Een laag zuurstofgehalte wordt verholpen met een neusbril of kapje, waarbij extra zuurstof via een slangetje wordt toegediend. Is dit onvoldoende, dan biedt de Optiflow-behandeling een alternatief.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Wanneer heb ik recht op zuurstoftherapie en hoe vraag ik dit aan?

God, dat gevoel toen m'n longen gewoon... ophielden, weet je wel. Ademen werd een klus, echt een gekke ervaring, begin augustus was dat, in ons huisje bij de Maas.

Het bleek dat m'n zuurstofgehalte in m'n bloed, nou, belachelijk laag was. Die arts in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, dokter Vermeulen, legde toen uit dat als dat zo diep zakt, je dus echt wel recht hebt op wat extra lucht. Je lichaam heeft die zuurstof hard nodig, anders werkt alles niet lekker mee. Dat was een eyeopener.

Eerst zo'n simpel dingetje, zo'n slangetje in m'n neus, met een neusbril noemden ze dat. Het voelde vreemd.

Aanvragen, dat ging via de longarts. Die heeft allerlei tests gedaan, zo'n saturatiemeting, bloedgas prikken, om te zien hoe erg het was. Toen hij groen licht gaf, heeft de apotheek het geregeld en kreeg ik zo'n compact zuurstofapparaat thuis, ik geloof dat de verzekering het direct dekte, ik betaalde toen niks extra voor het apparaat zelf. Die eerste dagen, man, wat een opluchting, alsof ik weer een beetje kon leven.

Maar soms, als zelfs die neusbril niet genoeg trok, dan had dokter Vermeulen het over zoiets als Optiflow. Nog krachtiger, dacht ik.

Het hele idee van afhankelijk zijn van zo'n machine, daar moest ik echt aan wennen. Ik had altijd gedacht dat ademen gewoon vanzelf ging, snap je. Maar als je die hulp eenmaal hebt, op die grauwe dinsdag in oktober, toen de wind om het huis loeide, dan besef je pas hoe essentieel zo'n onzichtbaar gas eigenlijk is. Echt een les in nederigheid, die zuurstoftherapie.

Waar krijg je het meeste zuurstof van?

De meeste zuurstof in de atmosfeer wordt geproduceerd door fytoplankton in de oceanen, goed voor 50-80% van de wereldwijde zuurstofproductie. Op land dragen tropische graslanden, savannes en regenwouden het meest bij aan de terrestrische zuurstof, verantwoordelijk voor ongeveer 60% van de landgebaseerde productie. Gematigde bossen leveren zo'n 8%.


Ah, de eeuwige vraag: waar haal jij die levensnoodzakelijke adem vandaan? Je denkt vast aan majestueuze wouden, die groene reuzen die zo dramatisch staan te zwaaien met hun bladeren. En ja, die doen hun best, ze zijn niet voor niets de longen van de aarde genoemd. Maar net zoals met veel dingen, is de waarheid vaak verrassender, en een tikje minder... fotogeniek.

Want terwijl iedereen de bomen bejubelt – wat ze ook verdienen, begrijp me niet verkeerd – zijn de échte, onzichtbare helden van onze atmosfeer de microscopische bewoners van de zee. Fytoplankton, een stelletje minuscule algen, zijn de onbetwiste kampioenen van zuurstofproductie, verantwoordelijk voor wel 50 tot 80% van wat we inademen. Alsof je de Oscar voor beste hoofdrol verwacht voor de stralende ster, en die dan naar een algje in de achtergrond gaat. Een beetje ongemakkelijk voor de bomen, maar wel de waarheid.

Nu, nu we de feiten over de échte global player rechtgezet hebben, kunnen we onze blik richten op die trotse landgebaseerde zuurstofproducenten, want die verdienen ook een bloemetje. Of beter gezegd, een hele bos. Ze produceren misschien niet de meerderheid van alle zuurstof, maar hun bijdrage is absoluut cruciaal voor het lokale en regionale klimaat.

Wie trekken dan de kar op het vaste land? Dat zijn niet de meest voor de hand liggende types als je alleen aan bossen denkt. Nee hoor, de grootste bijdrage op land komt van de meer uitbundige, zonnige types:

  • Tropische graslanden, savannes en regenwouden zijn samen goed voor ongeveer 60 procent van de zuurstofproductie op land. Ze zijn als die drukke, overenthousiaste collega's die met al hun energie de boel draaiende houden. Veel zon, veel water, veel groei – en dus veel zuurstof. Ze pakken het slim aan, alsof ze een geheime fabriek onder hun bladeren runnen.

En dan hebben we onze meer ingetogen, maar even belangrijke, vrienden:

  • Gematigde bossen, die zich vaak wat koesteren in hun seizoensgebonden glorie, dragen een respectabele, zij het bescheiden, 8 procent bij aan de zuurstofproductie op land. Ze zijn een beetje zoals die ene oom die op familiefeestjes altijd een paar goede grappen vertelt, maar niet per se de hele show steelt. Toch onmisbaar voor de sfeer, en voor je adem.

Het hele zuurstofverhaal is natuurlijk complexer dan alleen wie de meeste bubbeltjes blaast. Het gaat om een verfijnd planetaire ballet, de fotosynthese. Planten en algen gebruiken zonlicht, water en koolstofdioxide (CO2) om hun eigen voedsel te maken. Als 'afvalproduct' spugen ze dan die heerlijke, levensnoodzakelijke zuurstof uit. Een geniaal recyclingprogramma, nietwaar? Wij ademen de restjes in, en zij pakken onze uitademing. Mooi verdeeld.

Een paar extra, verdiepende gedachtes om je hersenen te laten kraken, naast het simpele ademhalen:

  • Het onzichtbare leger: De reden dat fytoplankton zo dominant is, ligt in hun gigantische aantallen en hun snelle reproductiecyclus. Miljarden, zo niet biljoenen, van die kleine organismen doen tegelijkertijd hun fotosynthetische trucje, en hun populaties kunnen razendsnel groeien en weer krimpen. Het is een fluisterende reus, die oceaan, maar zijn stem (van zuurstof) is oorverdovend belangrijk.
  • De koolstofpomp: Naast zuurstofproductie zijn al deze fotosynthetiserende helden ook meesters in het opnemen van CO2. Ze zijn de grootste natuurlijke 'koolstofputten' op aarde, zowel op land als in zee. Ze helpen de atmosfeer in balans te houden, wat best handig is, gezien de hoeveelheid rommel die wij er soms in pompen. Een soort van planetaire luchtzuiveringsinstallatie, gratis en voor niets.
  • Lokale verschillen zijn groot: Hoewel de oceanen globaal de grootste bijdrage leveren, zijn de regionale effecten van landgebaseerde zuurstofproductie enorm. Een groot bosgebied in jouw omgeving maakt wel degelijk een verschil voor de luchtkwaliteit en de directe zuurstofvoorraad ter plekke. Denk eraan als een lokale delicatesse; niet de grootste, maar wel heel lekker.
  • Oude bomen zijn goud waard: Jonge, snelgroeiende bomen produceren relatief meer zuurstof per jaar dan oudere, maar grote, volwassen bomen slaan veel meer koolstof op. Het is dus geen simpele rekensom; we hebben zowel de nieuwe aanwas als de wijze oude reuzen nodig voor een gezond ecosysteem. Beetje zoals je jonge honden en oude rotten in een team nodig hebt.
  • Vergeet de moerassen niet: Soms over het hoofd gezien, maar moerassen en wetlands zijn ook verrassend efficiënte zuurstofproducenten en belangrijke koolstofputten. Ze zijn misschien niet zo glamorous als een regenwoud, maar hun werk is minstens zo belangrijk voor de planetaire gezondheid. Iedereen verdient een pluim.

Dus de volgende keer dat je diep ademhaalt, denk dan niet alleen aan die bomen in het park, maar ook aan de onzichtbare legers in de oceaan en de graslanden die stiekem, maar o zo efficiënt, de hele boel draaiende houden. Ze doen hun werk; het minste wat wij kunnen doen, is ze een beetje met rust laten. Of nog beter: beschermen. Want zonder hen, geen wij. En dat zou toch jammer zijn, niet?

Hoe kan ik extra zuurstof thuis krijgen?

Thuis zuurstof komt via een apparaat en een neusslang, direct in je luchtwegen. Mengt zich met ingeademde lucht.

Een zuurstofconcentrator is de norm. Zuigt omgevingslucht aan, filtert stikstof eruit. Puur zuurstof blijft over. Dat scheelt sjouwen met tanks. Een slang van maximaal 15 meter geeft je die beweegruimte, net genoeg. De zuurstof stroomt dan via een dun lijntje, de canule, in je neus. Gewoon ademen, maar anders.

Er zijn keuzes, al zijn ze beperkt.

  • Stationaire concentrators: Vast thuis, leveren constant. Groot, zwaar.
  • Draagbare zuurstofconcentrators: Voor onderweg. Lichtere apparaten, met accu's. Accuduur bepaalt je wereld. Altijd die afweging tussen bewegingsvrijheid en de zekerheid van voldoende zuurstof. Een stille concessie.

Het wordt routine. De filters van je concentrator moet je zelf schoonmaken, af en toe vervangen. Dat hoort erbij. Zoals je tanden poetsen. De slangetjes zijn verbruiksmateriaal. Slijt. Je vervangt ze. Een voortdurend onderhoud aan je adem. Weinig poëtisch.

Zuurstof thuis krijg je niet zomaar. Een arts schrijft het voor, na onderzoek. Het is geen luxeproduct. Belangrijk om te weten:

  • Niet roken in de buurt van zuurstof. Brandgevaar.
  • Check de slang op knikken. De flow moet constant zijn. Leven aan een draadje, letterlijk. Een feit.