Hoe bereken je de kostprijs?

34 weergaven
De kostprijs berekenen is essentieel voor winstgevendheid. Neem alle variabele kosten, zoals loon en materialen, en tel daar een eerlijke opslag voor vaste kosten bij op. Dit is je standaardprijs voor productie en verkoop.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Hoe bereken je effectief de kostprijs voor producten/diensten?

Ach, die kostprijs. Dat blijft toch altijd een dingetje, hè? Ik zit daar soms echt mee te stoeien, vooral als ik denk aan die kleine batch macarons die ik vorig jaar december voor de kerstmarkt in Utrecht stond te bakken. Je wilt natuurlijk wel iets overhouden, maar ook niet te duur zijn voor de mensen. Het is zo’n delicaat evenwicht vinden. Voelt soms als balanceren op een dun draadje, echt waar.

De kostprijs is eigenlijk gewoon wat het je kost om dat ene ding te maken, of die service te leveren.

Daar zit dan van alles in. Ik had bijvoorbeeld bij die macarons mijn bloem, suiker, amandelmeel, en eieren. Dat zijn direct je variabele kosten, weet je wel? Die bewegen mee met hoeveel ik bak. Als ik meer bak, koop ik meer in. Simpel. En vergeet dan niet de uren die ik in de keuken stond, dat is ook arbeid, dus loon, al betaal ik mezelf toen nog niet echt uit. Zoiets als 12 euro aan ingrediënten per 20 macarons op 18 december. Dat weet ik nog precies.

Maar dan heb je nog die andere dingen, die vastzitten, of je nu één of duizend verkoopt.

Denk aan de huur van m'n keukentje – al was dat thuis, dus dan de afschrijving van de oven, de elektriciteit die de hele dag stond te loeien. Dat soort dingen. Die constante kosten moet je ook ergens kwijt in je prijs, anders draai je quitte of zelfs verlies. Ik had voor die markt in Utrecht mijn vaste kosten, zoals de standhuur van 50 euro voor die ene zaterdag, verdeeld over het aantal doosjes dat ik hoopte te verkopen. En daar maak je dan een opslag voor, een soort extraatje per product, zodat het allemaal klopt. Best ingewikkeld soms om te berekenen.

Het moet een prijs zijn die je nog toelaatbaar vindt, de standaard zeg maar.

Uiteindelijk is het dus een soort som van al je uitgaven per product, precies wat het je mag kosten om iets te maken en te verkopen, met die vaste lasten erbij. Zo kon ik op de Streekmarkt in Leiden in april dit jaar mijn handgemaakte zeepjes ook weer netjes prijzen. Het is echt een kunst om dat goed te doen, een gevoel voor cijfers, en je buik, een beetje.

Hoe bereken je een prijs?

De verkoopprijs is de netto inkoopprijs + alle kosten + je winst + de btw.

Oké, even focussen. Prijsberekening. Altijd een hoofdpijndossier. Je begint dus bij wat je voor een product betaalt aan de leverancier, maar dan wel zonder de btw. De netto inkoopprijs. Waarom maken ze het zo ingewikkeld? Dat moet ik onthouden als ik die factuur uit Portugal ga inboeken.

En dan de 'kosten'. Wat een containerbegrip. Dat is dus letterlijk ALLES. De verzenddozen, mijn abonnement voor de webshop, de marketingkosten op Instagram die weer eens door het dak gaan. Zelfs de koffie die ik nu drink terwijl ik dit uitzoek. Moet ik die ook meerekenen? Misschien wel.

Dan de winst. De winstmarge. Het voelt soms alsof ik mensen afzet, maar ik moet ook gewoon mijn huur betalen. Dit is een bedrijf, geen hobby. Je verkoopt niet alleen een product, je verkoopt waarde en je eigen tijd. Soms vergeet ik dat. Ik moet daar echt wat zelfverzekerder in worden.

Oh ja en dan nog de Belastingdienst. De btw. Die komt er als allerlaatste nog eens bovenop. Het voelt als geld dat niet van mij is, ik ben gwn een doorgeefluik. Voor de meeste van mijn spullen is het 21%. Pijnllijk.

Even een lijstje voor mezelf, anders vergeet ik het weer.

  • Standaardtarief: 21%. Dit is voor bijna alles. Diensten, kleding, elektronica.
  • Verlaagd tarief: 9%. Denk aan eten & drinken, boeken, een knipbeurt bij de kapper.
  • Nultarief: 0%. Dit geldt als je goederen levert aan andere landen binnen de EU.

Dus: inkoop + alle kosten (echt ALLE kosten) + wat ik wil verdienen + 21% voor de staat. Zo. Nu staat het er. Nu nog echt gaan doen. Ik haat spreadsheets.