Hoe heet het als je vis eet?

81 weergaven
Er is geen enkelvoudige, specifieke term voor het eten van vis, zoals 'vleeseten' voor vlees. Men spreekt eenvoudigweg van vis eten, vis consumeren of vis nuttigen. De exacte formulering hangt af van de context en de gewenste formaliteit. Ook uitdrukkingen als genieten van vis zijn gangbaar. Het benoemen blijft altijd direct en duidelijk.
Reactie 0 vind-ik-leuks

Hoe noem je een voedingspatroon inclusief vis maar geen vlees?

Dus, hoe noem je dat nou, eten met vis, maar zonder vlees. Ik denk dat het gewoon vis eten is, simpelweg.

Er is geen fancy woord voor hoor, geen speciaal label dat ik ken. Gewoon, je eet vis.

Soms zeg je wel 'vis nuttigen', dat klinkt dan wat netter, vind ik. Of je 'geniet van de vis'.

Ik weet nog wel, in dat kleine restaurantje in Zeeland, vorig jaar zomer, aten we alleen maar vis. Zo heerlijk. Geen vlees te bekennen.

Het hangt er denk ik vanaf hoe je het wilt zeggen, informeel of wat chiquer. Maar een eigennaam, die is er volgens mij niet voor.

Hoe heet het als je wel vis eet?

Pescotariër. Dat is het woord. Als je wel vis eet. En die andere dingen ook. Eieren, zuivel. Gewoon geen vlees van dieren die lopen. Of vliegen. Dingen uit de zee. Dat mag nog. En het land. Van de koeien, de kippen, nee.

Een pescotariër eet dus vis. En zeevruchten. Dat valt eronder. Ook eieren. Melkproducten. Maar geen vlees van zoogdieren of gevogelte. Dat is de scheiding. Duidelijk. Ergens.

Het is meer dan alleen vis. Het is een keuze. Een beetje anders. Vis en zeedieren, ja. Vlees van landdieren, nee. Daar ligt het.

Ik denk dat het met de gezondheid te maken heeft. En het milieu, soms. Mensen vinden dat makkelijker. Dan helemaal vegan. Of vegetarisch. Pescotariër zijn. Dat is het.

Hoe heet het als je wel vis eet?

Een pescotariër eet vis en andere zeedieren, maar geen vlees van zoogdieren of gevogelte. Eieren en zuivelproducten behoren wel tot dit dieet.

Man, ik herinner me zo die keer, vorig jaar tijdens de zomerborrel van werk. We stonden op dat dakterras in Rotterdam, met dat uitzicht over de Maas, weet je wel? De zon zakte net, echt zo'n goudgeel uur. Mijn collega, Mark, kwam met een bord vol hapjes naar me toe en zei: "Hey, neem jij ook een worstje?" Ik schudde mijn hoofd, lachend. "Nee Mark, ik eet geen vlees." Hij keek verbaasd, zo'n blik van 'huh, maar ik heb je toch vorige week vis zien eten?'.

Ik legde het weer uit, voor de zoveelste keer die maand. "Ik eet geen vlees van landdieren, dus geen varkensvlees, geen rund, geen kip. Maar vis eet ik wel. Ik ben een pescotariër." Hij knikte langzaam, alsof het kwartje eindelijk viel. Het is echt niet altijd makkelijk om uit te leggen aan iedereen. Soms heb ik het gevoel dat ik een heel college moet geven.

Die beslissing, om pescotariër te worden, was niet van de ene op de andere dag genomen. Het speelde al langer. Ik las veel over de impact van vleesproductie op het milieu. Denk aan:

  • De enorme waterconsumptie voor vee.
  • De uitstoot van broeikasgassen, vooral methaan.
  • Ontbossing voor het creëren van weidegrond en voedergewassen.

Dat knaagde echt aan me. Ik voelde me er niet goed bij om daaraan bij te dragen. Dus een jaar of vier geleden, rond de kerst, besloot ik de knop om te zetten. Eerst minder vlees, toen helemaal gestopt. Vis bleef wel op het menu staan. Enerzijds omdat het gezondheidsvoordelen biedt, zoals die belangrijke Omega-3 vetzuren. Anderzijds, heel eerlijk, omdat ik het gewoon lekker vind. Een mooie gegrilde dorade of een stukje makreel... heerlijk. Bovendien, het maakt uit eten gaan een stuk flexibeler dan als strikte vegetariër of veganist; bijna elk restaurant heeft wel iets met vis. Het is een compromis dat voor mij werkt. En die avond op het dakterras? Ik heb genoten van de gerookte zalm en de gegrilde garnalen. Perfect.